BWBR0017625
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 14
Besluit spoorwegpersoneel
1. Machinisten voldoen aan door het exameninstituut bedoeld in artikel 20, vierde lid, vastgestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen, die ten minste betrekking hebben op:
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem en van de spoorweginfrastructuur;
b. kennis van tractievormen en voertuigtypen en de bediening daarvan;
c. kennis van seinen, seinstelsels en beveiligingssystemen;
d. kennis van regels en procedures voor het uitvoeren en begeleiden van bewegingen met spoorvoertuigen;
e. kennis van bijzondere situaties en noodprocedures;
f. bedrevenheid in de bediening van spoorvoertuigen, daaronder begrepen het rijden met spoorvoertuigen en de juiste toepassing van de daarbij behorende operationele controles en procedures, communicatie en regels voor het verkeersgedrag.
2. Het eerste lid geldt niet voor machinisten, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op het traject tussen de rijksgrens en een nabij die grens gelegen, door Onze Minister aangewezen, station, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.
a. algemene kennis van de inrichting en terminologie van het spoorwegsysteem en van de spoorweginfrastructuur;
b. kennis van tractievormen en voertuigtypen en de bediening daarvan;
c. kennis van seinen, seinstelsels en beveiligingssystemen;
d. kennis van regels en procedures voor het uitvoeren en begeleiden van bewegingen met spoorvoertuigen;
e. kennis van bijzondere situaties en noodprocedures;
f. bedrevenheid in de bediening van spoorvoertuigen, daaronder begrepen het rijden met spoorvoertuigen en de juiste toepassing van de daarbij behorende operationele controles en procedures, communicatie en regels voor het verkeersgedrag.
2. Het eerste lid geldt niet voor machinisten, in dienst van een in het buitenland gevestigde spoorwegonderneming, die hun standplaats hebben in het buitenland en die slechts dienst doen op het traject tussen de rijksgrens en een nabij die grens gelegen, door Onze Minister aangewezen, station, mits zij voldoen aan de in het land van hun standplaats geldende eisen betreffende de voor uitoefening van hun functie vereiste kennis en bekwaamheid.