1. Onverminderd de artikelen 14 tot en met 19beschikken personen die een veiligheidsfunctie uitoefenen over de voor de betrokken functie vereiste specifieke, taakgebonden en bedrijfsgebonden kennis en bekwaamheid, bedoeld in
artikel 51, eerste lid, van de wet.
2. De in het eerste lid bedoelde kennis en bekwaamheid betreft:
a. voor de uitoefening van de functie van machinist: – wegbekendheid met het traject of de trajecten waarop hij als machinist wordt ingezet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van werking en bediening van de voertuigen waarop hij als machinist wordt ingezet;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
– kennis van de Handleiding Bestuurder, van de Materieelgids Bestuurder en van de communicatievoorschriften, bedoeld in paragraaf 4.1.2.1.1, onderscheidenlijk paragraaf 4.1.2.1.3, onderscheidenlijk bijlage A van de bijlage van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/48/EG (PbEG L 245);
– wegbekendheid met het traject of de trajecten waarop hij als machinist wordt ingezet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van werking en bediening van de voertuigen waarop hij als machinist wordt ingezet;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
– kennis van de Handleiding Bestuurder, van de Materieelgids Bestuurder en van de communicatievoorschriften, bedoeld in paragraaf 4.1.2.1.1, onderscheidenlijk paragraaf 4.1.2.1.3, onderscheidenlijk bijlage A van de bijlage van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/48/EG (PbEG L 245);
b. voor de uitoefening van de functie van rangeerder: – wegbekendheid op de locatie waarop hij als rangeerder wordt ingezet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van de voertuigen die hij begeleidt;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
– wegbekendheid op de locatie waarop hij als rangeerder wordt ingezet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van de voertuigen die hij begeleidt;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
c. voor de uitoefening van de functie van wagencontroleur: – kennis van wagentypen en ladingen die hij controleert;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
– kennis van wagentypen en ladingen die hij controleert;
– kennis van de bedrijfsorganisatie en van het veiligheidszorgsysteem van de spoorwegonderneming;
d. voor de uitoefening van de functie van treindienstleider: – kennis van de inrichting van de gedeelten van het spoorwegnet waarvoor hij als treindienstleider dienst doet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van de bedrijfsorganisatie;
– kennis van bijlage A van de Bijlage van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/48/EG (PbEG L 245) en de daarin gespecificeerde berichten, indien het personen betreft die deze functie vervullen in het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem;
– kennis van de inrichting van de gedeelten van het spoorwegnet waarvoor hij als treindienstleider dienst doet;
– kennis van lokale voorschriften;
– kennis van de bedrijfsorganisatie;
– kennis van bijlage A van de Bijlage van Beschikking nr. 2002/734/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 mei 2002 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem overeenkomstig artikel 6, lid 1, van richtlijn 96/48/EG (PbEG L 245) en de daarin gespecificeerde berichten, indien het personen betreft die deze functie vervullen in het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem;
e. voor de uitoefening van de functie van werktreinbegeleider: – wegbekendheid op de locatie waarop hij als werktreinbegeleider wordt ingezet;
– kennis van de toegepaste werkplekbeveiligingssystemen;
– kennis van de werktreinen die hij begeleidt;
– kennis van de bedrijfsorganisatie.
– wegbekendheid op de locatie waarop hij als werktreinbegeleider wordt ingezet;
– kennis van de toegepaste werkplekbeveiligingssystemen;
– kennis van de werktreinen die hij begeleidt;
– kennis van de bedrijfsorganisatie.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kan:
a. in de wegbekendheid en de kennis van lokale voorschriften worden voorzien door een andere machinist, een rangeerder of een werktreinbegeleider, die de machinist begeleidt en hem de voor zijn taak benodigde informatie verschaft;
b. een voertuig worden bediend door een andere persoon die beschikt over kennis van werking en bediening van het betrokken voertuig, indien de machinist direct kan ingrijpen in de bediening en hij alle nodige bedieningsopdrachten geeft aan die andere persoon.