BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 33
Spoorwegwet
1. Aan het veiligheidscertificaat, verleend door Onze Minister, kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden in het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg.
2. Onze Minister kan een door hem verleend veiligheidscertificaat beperken of intrekken indien:
a. de certificaathouder handelt in strijd met de voorwaarden waaronder het veiligheidscertificaat is verleend of uitgebreid, alsmede de aan het veiligheidscertificaat verbonden beperkingen en voorschriften, of
b. de bedrijfsvergunning van de certificaathouder is geschorst of ingetrokken.
3. Onze Minister kan het door hem verleende veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg.
4. Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het tweede en derde lid, uiterlijk vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat de omstandigheid, genoemd in het tweede en derde lid, zich heeft voorgedaan, en beslist, indien een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht</a>bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, in ieder geval uiterlijk vier maanden nadat alle in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde informatie is verschaft.
2. Onze Minister kan een door hem verleend veiligheidscertificaat beperken of intrekken indien:
a. de certificaathouder handelt in strijd met de voorwaarden waaronder het veiligheidscertificaat is verleend of uitgebreid, alsmede de aan het veiligheidscertificaat verbonden beperkingen en voorschriften, of
b. de bedrijfsvergunning van de certificaathouder is geschorst of ingetrokken.
3. Onze Minister kan het door hem verleende veiligheidscertificaat of de daaraan verbonden beperkingen en voorschriften ambtshalve of op aanvraag wijzigen, met inachtneming van het belang van de veiligheid op en in de directe nabijheid van de hoofdspoorweg.
4. Onze Minister neemt het besluit, bedoeld in het tweede en derde lid, uiterlijk vier maanden nadat hij heeft vastgesteld dat de omstandigheid, genoemd in het tweede en derde lid, zich heeft voorgedaan, en beslist, indien een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht</a>bij verlenging van de beslistermijn op de aanvraag, in ieder geval uiterlijk vier maanden nadat alle in <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>bedoelde informatie is verschaft.