BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 6.2.3
Mijnbouwregeling
1. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A1 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger.
2. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied Al zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. twee maritieme VHF-radiotelefonie-inrichtingen met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger.
3. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een MF-radiotelefonie-inrichting of een satelliet telefoon die geheel onafhankelijk is van de hierboven genoemde directe verbinding met het openbaar telefoonnet;
d. een VHF-DSC-wachtontvanger;
e. een MF-DSC-wachtontvanger.
4. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee MF-radiotelefonie-inrichtingen;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger;
d. een MF-DSC-wachtontvanger;
e. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
f. een HF-radiotelefonie-inrichting voor de aëronautische dienst.
5. Van de in het eerste tot en met vierde lid VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst kan er één van een draagbaar type zijn.
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger.
2. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied Al zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. twee maritieme VHF-radiotelefonie-inrichtingen met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger.
3. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 met een directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
c. een MF-radiotelefonie-inrichting of een satelliet telefoon die geheel onafhankelijk is van de hierboven genoemde directe verbinding met het openbaar telefoonnet;
d. een VHF-DSC-wachtontvanger;
e. een MF-DSC-wachtontvanger.
4. Een bemande niet-afhankelijke mijnbouwinstallatie in zeegebied A2 zonder directe verbinding met het openbaar telefoonnet is uitgerust met:
a. een maritieme VHF-radiotelefonie-inrichting met DSC;
b. twee MF-radiotelefonie-inrichtingen;
c. een VHF-DSC-wachtontvanger;
d. een MF-DSC-wachtontvanger;
e. twee VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst;
f. een HF-radiotelefonie-inrichting voor de aëronautische dienst.
5. Van de in het eerste tot en met vierde lid VHF-radiotelefonie-inrichtingen voor de aëronautische dienst kan er één van een draagbaar type zijn.