BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 11.1.2
Mijnbouwregeling
1. Een profiel van een boorgat, als bedoeld in artikel 109, eerste lid, onderdeel a, bevat:
a. voor boorgaten in oppervlaktewater: 1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de letter- of nummeraanduiding van het blok, voor zover het boorgat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn;
3°. het nummer van het boorgat;
4°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
5°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
6°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
7°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het middenstandsvlak (gemiddelde waterstand);
1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de letter- of nummeraanduiding van het blok, voor zover het boorgat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn;
3°. het nummer van het boorgat;
4°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
5°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
6°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
7°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het middenstandsvlak (gemiddelde waterstand);
b. voor boorgaten op land: 1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de naam en het nummer van het boorgat;
3°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
4°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
5°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
6°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het NAP.
1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de naam en het nummer van het boorgat;
3°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
4°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
5°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
6°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het NAP.
2. Voorts bevat het profiel:
a. een overzicht van alle elektrische en andere boorgatmetingen, waarbij de datum van de meting en het gemeten traject worden aangegeven;
b. een elektrisch of ander diagram en een lithologische kolom met een diepteschaal van 1:1000 of 1:500, welke op representatieve wijze weergeven de aard van de doorboorde lagen en gesteenten;
c. een beschrijving van de doorboorde lithologie;
d. ten aanzien van de elektrische metingen: de gebruikte typen elektrische curves met de gebruikte schaalverdeling;
e. het type en de eigenschappen van de spoeling per boortraject;
f. de spoelingverliezen met vermelding van plaats of traject en hoeveelheid in m3;
g. de aangebrachte verbuizingsseries, onder vermelding van de diameter van elke serie en de diepte waarop elke serie is verankerd;
h. de top van de cement achter elke verbuizingsserie en het traject teruggewonnen verbuizing;
i. de ondergrondse afwerking van het boorgat met vermelding van traject, type verloren verbuizing, perforaties en open gat;
j. de in het boorgat aangebrachte pluggen, onder vermelding, indien van toepassing, van de trajecten, waarover deze pluggen zich uitstrekken, en de gegevens van plaatsing;
k. de productieve intervallen;
l. de totale diepte van het boorgat na voltooiing van de boring in meters ten opzichte van het NAP of het middenstandsvlak en de datum waarop de boring werd voltooid, en
m. de deviatiemetingen en een situatietekening met de horizontale afwijking van het boorgat, onder opgave van de verticale diepten.
3. Verder bevat het profiel, voor zover beschikbaar:
a. stratigrafische en paleontologische trajecten met grenzen of correlatiepunten;
b. indicaties van delfstoffen;
c. kerntrajecten en wandkernen;
d. formatietesten, onder vermelding van het beproefde traject, en
e. de resultaten van de in onderdeel d genoemde testen.
a. voor boorgaten in oppervlaktewater: 1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de letter- of nummeraanduiding van het blok, voor zover het boorgat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn;
3°. het nummer van het boorgat;
4°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
5°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
6°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
7°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het middenstandsvlak (gemiddelde waterstand);
1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de letter- of nummeraanduiding van het blok, voor zover het boorgat is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgelegde lijn;
3°. het nummer van het boorgat;
4°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
5°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
6°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
7°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het middenstandsvlak (gemiddelde waterstand);
b. voor boorgaten op land: 1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de naam en het nummer van het boorgat;
3°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
4°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
5°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
6°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het NAP.
1°. de naam van de mijnonderneming;
2°. de naam en het nummer van het boorgat;
3°. de geografische coördinaten en het geografisch stelsel van de plaats van het boorgat;
4°. de datum van aanvang van de aanleg van het boorgat;
5°. de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt, en
6°. de hoogte van de top van de bodemflens in meters ten opzichte van het NAP.
2. Voorts bevat het profiel:
a. een overzicht van alle elektrische en andere boorgatmetingen, waarbij de datum van de meting en het gemeten traject worden aangegeven;
b. een elektrisch of ander diagram en een lithologische kolom met een diepteschaal van 1:1000 of 1:500, welke op representatieve wijze weergeven de aard van de doorboorde lagen en gesteenten;
c. een beschrijving van de doorboorde lithologie;
d. ten aanzien van de elektrische metingen: de gebruikte typen elektrische curves met de gebruikte schaalverdeling;
e. het type en de eigenschappen van de spoeling per boortraject;
f. de spoelingverliezen met vermelding van plaats of traject en hoeveelheid in m3;
g. de aangebrachte verbuizingsseries, onder vermelding van de diameter van elke serie en de diepte waarop elke serie is verankerd;
h. de top van de cement achter elke verbuizingsserie en het traject teruggewonnen verbuizing;
i. de ondergrondse afwerking van het boorgat met vermelding van traject, type verloren verbuizing, perforaties en open gat;
j. de in het boorgat aangebrachte pluggen, onder vermelding, indien van toepassing, van de trajecten, waarover deze pluggen zich uitstrekken, en de gegevens van plaatsing;
k. de productieve intervallen;
l. de totale diepte van het boorgat na voltooiing van de boring in meters ten opzichte van het NAP of het middenstandsvlak en de datum waarop de boring werd voltooid, en
m. de deviatiemetingen en een situatietekening met de horizontale afwijking van het boorgat, onder opgave van de verticale diepten.
3. Verder bevat het profiel, voor zover beschikbaar:
a. stratigrafische en paleontologische trajecten met grenzen of correlatiepunten;
b. indicaties van delfstoffen;
c. kerntrajecten en wandkernen;
d. formatietesten, onder vermelding van het beproefde traject, en
e. de resultaten van de in onderdeel d genoemde testen.