BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 12.1
Mijnbouwregeling
1. Het gewogen gemiddelde van de waarde van de in Nederland ingevoerde ruwe olie, bedoeld in de eerste volzin van artikel 63, vierde lid, van de wet, in een bepaald kalenderjaar wordt door de minister op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek berekend door:
a. voor iedere maand van het betrokken kalenderjaar het totaal van de in die maand geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten te vermenigvuldigen met het gewogen maandgemiddelde van de gemiddelde prijs daarvan uitgedrukt in US-dollars per vat;
b. het resultaat van de berekening in onderdeel a uit te drukken in euro's op basis van de gemiddelde €/US-dollarkoers in die maand en
c. de maandelijkse resultaten, bedoeld in onderdeel b, te sommeren en te delen door het totaal van de in het betrokken kalenderjaar geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten.
2. Indien het gewogen gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, in een bepaald kalenderjaar meer bedraagt dan € 25 per vat, maakt de minister dit binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar bekend in de Staatscourant.
a. voor iedere maand van het betrokken kalenderjaar het totaal van de in die maand geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten te vermenigvuldigen met het gewogen maandgemiddelde van de gemiddelde prijs daarvan uitgedrukt in US-dollars per vat;
b. het resultaat van de berekening in onderdeel a uit te drukken in euro's op basis van de gemiddelde €/US-dollarkoers in die maand en
c. de maandelijkse resultaten, bedoeld in onderdeel b, te sommeren en te delen door het totaal van de in het betrokken kalenderjaar geloste hoeveelheden ruwe aardolie in aantallen vaten.
2. Indien het gewogen gemiddelde, bedoeld in het eerste lid, in een bepaald kalenderjaar meer bedraagt dan € 25 per vat, maakt de minister dit binnen twee maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar bekend in de Staatscourant.