BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 1.3b.6
Mijnbouwregeling
Een verzoek als bedoeld in artikel 29aj, eerste lid, van het besluitwordt binnen zes maanden na de verlening van de toewijzing zoekgebied ingediend en bevat ten minste:
a. de reden voor het verzoek;
b. een onderbouwing van de wijze waarop het doel van kennisdeling en kennisborging kan worden gewaarborgd, indien de op grond van artikel 82, tweede lid, van de wet aangewezen vennootschap niet deelneemt in de werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte;
c. een reactie op het verzoek: 1°. van de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, indien de houder van de toewijzing zoekgebied het verzoek indient;
2°. van de houder van de toewijzing zoekgebied, indien de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, het verzoek indient.
1°. van de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, indien de houder van de toewijzing zoekgebied het verzoek indient;
2°. van de houder van de toewijzing zoekgebied, indien de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, het verzoek indient.
a. de reden voor het verzoek;
b. een onderbouwing van de wijze waarop het doel van kennisdeling en kennisborging kan worden gewaarborgd, indien de op grond van artikel 82, tweede lid, van de wet aangewezen vennootschap niet deelneemt in de werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte;
c. een reactie op het verzoek: 1°. van de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, indien de houder van de toewijzing zoekgebied het verzoek indient;
2°. van de houder van de toewijzing zoekgebied, indien de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, het verzoek indient.
1°. van de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, indien de houder van de toewijzing zoekgebied het verzoek indient;
2°. van de houder van de toewijzing zoekgebied, indien de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, het verzoek indient.