BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 1.3a.1
Mijnbouwregeling
1. De vergunninghouder van het Groningenveld verricht in ieder geval de volgende metingen:
a. grondversnellingen van de aardbevingen in ruimte en tijd;
b. grondsnelheden van de aardbevingen in ruimte en tijd;
c. het aantal aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter;
d. de aardbevingsdichtheid in ruimte en tijd van aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter.
2. De vergunninghouder van het Groningenveld zorgt dat de resultaten van de metingen, bedoeld in het eerste lid, doorlopend te raadplegen zijn voor de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.
3. De vergunninghouder van het Groningenveld stelt twee keer per kalenderjaar op 1 februari en op 1 augustus een analyse op over ontwikkelingen in de seismiciteit, waarin ten minste de onderdelen, genoemd in het eerste lid, aan de orde komen en verstrekt deze aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.
a. grondversnellingen van de aardbevingen in ruimte en tijd;
b. grondsnelheden van de aardbevingen in ruimte en tijd;
c. het aantal aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter;
d. de aardbevingsdichtheid in ruimte en tijd van aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter.
2. De vergunninghouder van het Groningenveld zorgt dat de resultaten van de metingen, bedoeld in het eerste lid, doorlopend te raadplegen zijn voor de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.
3. De vergunninghouder van het Groningenveld stelt twee keer per kalenderjaar op 1 februari en op 1 augustus een analyse op over ontwikkelingen in de seismiciteit, waarin ten minste de onderdelen, genoemd in het eerste lid, aan de orde komen en verstrekt deze aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.