BWBR0014468
Geldig vanaf 2023-07-01
Artikel 1.3.1
Mijnbouwregeling
1. Bij de aanvraag om een opsporingsvergunning als bedoeld in de artikelen 6en 25 van de wetvermeldt de aanvrager:
a. voor welk tijdvak de vergunning wordt gevraagd;
b. voor welk gebied de vergunning wordt gevraagd, en
c. of de aanvraag betrekking heeft op de opsporing van delfstoffen onder vermelding van de delfstof, waarop de aanvraag betrekking heeft, dan wel de opsporing van een CO2-opslagcomplex.
2. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:
a. de gegevens, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
b. indien de aanvraag betrekking heeft op koolwaterstoffen, tevens de gegevens, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
c. een programma waarin is aangegeven welke verkenningsonderzoeken en opsporingsactiviteiten de aanvrager voornemens is uit te voeren, het daarbij behorende tijdschema en welke technieken daarbij worden gebruikt;
d. een geologisch rapport, dat ten minste bevat: 1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;
2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;
3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;
1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;
2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;
3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;
e. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.
a. voor welk tijdvak de vergunning wordt gevraagd;
b. voor welk gebied de vergunning wordt gevraagd, en
c. of de aanvraag betrekking heeft op de opsporing van delfstoffen onder vermelding van de delfstof, waarop de aanvraag betrekking heeft, dan wel de opsporing van een CO2-opslagcomplex.
2. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:
a. de gegevens, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;
b. indien de aanvraag betrekking heeft op koolwaterstoffen, tevens de gegevens, opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling;
c. een programma waarin is aangegeven welke verkenningsonderzoeken en opsporingsactiviteiten de aanvrager voornemens is uit te voeren, het daarbij behorende tijdschema en welke technieken daarbij worden gebruikt;
d. een geologisch rapport, dat ten minste bevat: 1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;
2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;
3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;
1°. een opgave van de voor de onderbouwing van de aanvraag gebruikte verkenningsonderzoeken en andere geologische gegevens, de interpretatie van deze gegevens en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyse;
2°. een beschrijving van de locale en regionale geologie;
3°. indien het een vergunning voor koolwaterstoffen betreft: een beschrijving van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstof per mogelijk aanwezig voorkomen;
e. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het tweede lid, onderdelen a en b, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.