BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 38
Besluit medezeggenschap defensie
1. Uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit besluit dient voor diensteenheden waarvoor krachtens dit besluit een verplichting tot het instellen van een medezeggenschapscommissie ontstaat, een medezeggenschapscommissie te zijn ingesteld. De bestaande dienstcommissies en onderdeelsoverlegorganen houden op te bestaan op de datum waarop door Onze Minister voor de diensteenheid of mede voor de diensteenheid waarvoor een dienstcommissie of een onderdeeloverlegorgaan is ingesteld, een medezeggenschapscommissie is ingesteld, doch uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
2. Voor zover er bij diensteenheden nog dienstcommissies en onderdeelsoverlegorganen bestaan, blijft <a href="/wet/BWBR0006040" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 11 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0003482/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 127 Algemeen militair ambtenarenreglement</a>van kracht, tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
2. Voor zover er bij diensteenheden nog dienstcommissies en onderdeelsoverlegorganen bestaan, blijft <a href="/wet/BWBR0006040" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 11 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0003482/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 127 Algemeen militair ambtenarenreglement</a>van kracht, tot uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van dit besluit.