BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 27
Besluit medezeggenschap defensie
1. Het hoofd van de diensteenheid stelt de medezeggenschapscommissie in de gelegenheid binnen een redelijke termijn advies uit te brengen over een voorgenomen maatregel met betrekking tot:
a. de wijze waarop de arbeids- en dienstvoorwaarden bij de diensteenheid worden toegepast;
b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid bij de diensteenheid wordt uitgevoerd;
c. aangelegenheden op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid bij de diensteenheid;
d. aangelegenheden met betrekking tot het woon- en leefklimaat bij de diensteenheid;
e. de organisatie en werkwijze binnen de diensteenheid;
f. de technische en economische dienstuitvoering bij de diensteenheid.
2. De medezeggenschapscommissie kan geen advies uitbrengen over:
a. voorgenomen maatregelen voor zover die strekken tot het verzekeren van de personele vulling, de beschikbaarheid, de inzetbaarheid en het ongestoorde functioneren van de krijgsmacht;
b. aangelegenheden waarvan de behandeling is voorbehouden aan het overleg met een commissie van georganiseerd overleg, behoudens voor zover het de gevolgen daarvan betreft voor de werkzaamheden van de bij de diensteenheid werkzame werknemers.
3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de voorgenomen maatregel. Daarbij worden de beweegredenen voor de maatregel en de te verwachten gevolgen aangegeven.
4. Voor de commissie advies uitbrengt over een voorgenomen maatregel moet de betrokken aangelegenheid ten minste eenmaal in een overlegvergadering zijn behandeld.
5. Bij het overleg over een voorgenomen maatregel als bedoeld in het eerste lid, is, als de maatregel uitsluitend gevolgen kan hebben voor militaire ambtenaren of voor ambtenaren, de opvatting van de leden van de medezeggenschapscommissie die tot de desbetreffende categorie personeel behoren, bepalend voor het uit te brengen advies.
a. de wijze waarop de arbeids- en dienstvoorwaarden bij de diensteenheid worden toegepast;
b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid bij de diensteenheid wordt uitgevoerd;
c. aangelegenheden op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid bij de diensteenheid;
d. aangelegenheden met betrekking tot het woon- en leefklimaat bij de diensteenheid;
e. de organisatie en werkwijze binnen de diensteenheid;
f. de technische en economische dienstuitvoering bij de diensteenheid.
2. De medezeggenschapscommissie kan geen advies uitbrengen over:
a. voorgenomen maatregelen voor zover die strekken tot het verzekeren van de personele vulling, de beschikbaarheid, de inzetbaarheid en het ongestoorde functioneren van de krijgsmacht;
b. aangelegenheden waarvan de behandeling is voorbehouden aan het overleg met een commissie van georganiseerd overleg, behoudens voor zover het de gevolgen daarvan betreft voor de werkzaamheden van de bij de diensteenheid werkzame werknemers.
3. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de voorgenomen maatregel. Daarbij worden de beweegredenen voor de maatregel en de te verwachten gevolgen aangegeven.
4. Voor de commissie advies uitbrengt over een voorgenomen maatregel moet de betrokken aangelegenheid ten minste eenmaal in een overlegvergadering zijn behandeld.
5. Bij het overleg over een voorgenomen maatregel als bedoeld in het eerste lid, is, als de maatregel uitsluitend gevolgen kan hebben voor militaire ambtenaren of voor ambtenaren, de opvatting van de leden van de medezeggenschapscommissie die tot de desbetreffende categorie personeel behoren, bepalend voor het uit te brengen advies.