BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 6
Besluit medezeggenschap defensie
1. De medezeggenschapscommissie kan als dat voor de vervulling van haar taak noodzakelijk is werkgroepen instellen. Een werkgroep kan geen rechten of bevoegdheden van de medezeggenschapscommissie uitoefenen.
2. De medezeggenschapscommissie legt haar voornemen om een werkgroep in te stellen schriftelijk voor aan het hoofd van de diensteenheid met vermelding van de taak, de samenstelling en de werkwijze van de in te stellen werkgroep. Bij bezwaar van het hoofd van de diensteenheid wordt binnen vier weken door de bevelhebber beslist nadat hij advies van het college voor geschillen heeft ontvangen.
3. In een werkgroep kunnen naast leden van de medezeggenschapscommissie ook andere bij de diensteenheid werkzame werknemers zitting hebben. Het voorzitterschap berust bij een lid van de medezeggenschapscommissie.
4. De leden van een werkgroep worden in de gelegenheid gesteld om tijdens de normale werktijd te vergaderen, tenzij naar het oordeel van het hoofd van de diensteenheid de belangen van de dienst zich daartegen redelijkerwijs verzetten.
5. De leden van een werkgroep worden in de gelegenheid gesteld om gedurende ten hoogste drie dagen per jaar, in werktijd en met behoud van bezoldiging, scholing en vorming te ontvangen die gericht is op de taak van de werkgroep, tenzij naar het oordeel van het hoofd van de diensteenheid de belangen van de dienst zich daartegen redelijkerwijs verzetten.
6. De door een lid van een werkgroep gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfskosten voor het deelnemen aan vergaderingen en scholings- en vormingsactiviteiten worden vergoed overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0007956" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit dienstreizen defensiepersoneel</a>.
2. De medezeggenschapscommissie legt haar voornemen om een werkgroep in te stellen schriftelijk voor aan het hoofd van de diensteenheid met vermelding van de taak, de samenstelling en de werkwijze van de in te stellen werkgroep. Bij bezwaar van het hoofd van de diensteenheid wordt binnen vier weken door de bevelhebber beslist nadat hij advies van het college voor geschillen heeft ontvangen.
3. In een werkgroep kunnen naast leden van de medezeggenschapscommissie ook andere bij de diensteenheid werkzame werknemers zitting hebben. Het voorzitterschap berust bij een lid van de medezeggenschapscommissie.
4. De leden van een werkgroep worden in de gelegenheid gesteld om tijdens de normale werktijd te vergaderen, tenzij naar het oordeel van het hoofd van de diensteenheid de belangen van de dienst zich daartegen redelijkerwijs verzetten.
5. De leden van een werkgroep worden in de gelegenheid gesteld om gedurende ten hoogste drie dagen per jaar, in werktijd en met behoud van bezoldiging, scholing en vorming te ontvangen die gericht is op de taak van de werkgroep, tenzij naar het oordeel van het hoofd van de diensteenheid de belangen van de dienst zich daartegen redelijkerwijs verzetten.
6. De door een lid van een werkgroep gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfskosten voor het deelnemen aan vergaderingen en scholings- en vormingsactiviteiten worden vergoed overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0007956" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit dienstreizen defensiepersoneel</a>.