BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 7
Besluit medezeggenschap defensie
1. De leden van een medezeggenschapscommissie worden door de bij de diensteenheid werkzame werknemers uit hun midden gekozen. Werknemers zijn kiesgerechtigd als zij op het moment van de verkiezingen ten minste zes maanden bij het Ministerie van Defensie werkzaam zijn. Werknemers zijn verkiesbaar als zij op het moment van de verkiezingen ten minste een jaar bij het Ministerie van Defensie werkzaam zijn.
2. Het aantal leden van de medezeggenschapscommissie bedraagt bij een diensteenheid:
a. met minder dan 100 werknemers ten minste 3 en ten hoogste 7 leden;
b. met 100 tot 500 werknemers ten minste 5 en ten hoogste 11 leden;
c. met 500 tot 2000 werknemers ten minste 9 en ten hoogste 13 leden;
d. met 2000 of meer werknemers ten minste 13 en ten hoogste 19 leden.
3. In het reglement, bedoeld in artikel 14, wordt binnen de in het vorige lid genoemde grenzen het aantal leden van de medezeggenschapscommissie vastgesteld.
4. Het hoofd van de diensteenheid en in voorkomend geval de door deze tot het voeren van overleg met de medezeggenschapscommissie bevoegd verklaarde functionaris, zijn niet verkiesbaar tot lid van de medezeggenschapscommissie.
5. Tijdens de zittingsperiode van de medezeggenschapscommissie wordt het aantal leden van de commissie niet gewijzigd.
6. Het aantal zetels van de medezeggenschapscommissie dat werknemers die in opleiding zijn bij een diensteenheid kunnen bekleden, bedraagt niet meer dan de helft van het totaal aantal zetels van die medezeggenschapscommissie.
2. Het aantal leden van de medezeggenschapscommissie bedraagt bij een diensteenheid:
a. met minder dan 100 werknemers ten minste 3 en ten hoogste 7 leden;
b. met 100 tot 500 werknemers ten minste 5 en ten hoogste 11 leden;
c. met 500 tot 2000 werknemers ten minste 9 en ten hoogste 13 leden;
d. met 2000 of meer werknemers ten minste 13 en ten hoogste 19 leden.
3. In het reglement, bedoeld in artikel 14, wordt binnen de in het vorige lid genoemde grenzen het aantal leden van de medezeggenschapscommissie vastgesteld.
4. Het hoofd van de diensteenheid en in voorkomend geval de door deze tot het voeren van overleg met de medezeggenschapscommissie bevoegd verklaarde functionaris, zijn niet verkiesbaar tot lid van de medezeggenschapscommissie.
5. Tijdens de zittingsperiode van de medezeggenschapscommissie wordt het aantal leden van de commissie niet gewijzigd.
6. Het aantal zetels van de medezeggenschapscommissie dat werknemers die in opleiding zijn bij een diensteenheid kunnen bekleden, bedraagt niet meer dan de helft van het totaal aantal zetels van die medezeggenschapscommissie.