BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 33
Besluit medezeggenschap defensie
1. Er is een college voor geschillen dat bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangend leden. Onze Minister benoemt de leden voor een periode van vier jaar. De leden worden door Onze Minister ontslagen. Eén lid en een plaatsvervangend lid worden op voordracht van de gezamenlijke bevelhebbers benoemd en één lid en een plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales. Het derde lid, dat tevens voorzitter is, en plaatsvervangend lid worden benoemd door Onze Minister, gehoord de overige twee leden.
2. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden maken geen deel uit van het ministerie en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister.
3. Het college voor geschillen regelt zijn werkwijze binnen het kader van de hem op grond van dit hoofdstuk opgedragen taak en brengt jaarlijks aan Onze Minister verslag uit van zijn werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar.
2. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangend leden maken geen deel uit van het ministerie en zijn niet werkzaam onder de verantwoordelijkheid van Onze Minister.
3. Het college voor geschillen regelt zijn werkwijze binnen het kader van de hem op grond van dit hoofdstuk opgedragen taak en brengt jaarlijks aan Onze Minister verslag uit van zijn werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar.