BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 26
Besluit medezeggenschap defensie
1. Het hoofd van de diensteenheid verstrekt, desgevraagd schriftelijk, tijdig alle inlichtingen en gegevens aan de medezeggenschapscommissie die zij voor het vervullen van haar taak redelijkerwijs nodig heeft. Bij bezwaar van het hoofd van de diensteenheid tegen het verstrekken van bepaalde inlichtingen en gegevens wordt binnen vier weken door de bevelhebber beslist nadat advies van het college voor geschillen is ingewonnen.
2. Het hoofd van de diensteenheid verstrekt mede ten behoeve van het in artikel 22, derde lid, bedoelde overleg ten minste tweemaal per jaar schriftelijk algemene gegevens over het functioneren van de diensteenheid in het verstreken tijdvak en het verwachte functioneren in het komende tijdvak. Het hoofd van de diensteenheid doet in dit kader mededeling over maatregelen die hij in voorbereiding heeft betreffende de aangelegenheden, bedoeld in artikel 27, eerste lid. Daarbij worden afspraken gemaakt over het tijdstip waarop en op welke wijze de medezeggenschapscommissie in de besluitvorming wordt betrokken.
3. Het hoofd van de diensteenheid verstrekt bij het begin van de zittingsperiode van de medezeggenschapscommissie schriftelijk algemene gegevens over de organisatie van de diensteenheid, over de leiding van de diensteenheid en over de wijze van functioneren van de diensteenheid aan de medezeggenschapscommissie.
2. Het hoofd van de diensteenheid verstrekt mede ten behoeve van het in artikel 22, derde lid, bedoelde overleg ten minste tweemaal per jaar schriftelijk algemene gegevens over het functioneren van de diensteenheid in het verstreken tijdvak en het verwachte functioneren in het komende tijdvak. Het hoofd van de diensteenheid doet in dit kader mededeling over maatregelen die hij in voorbereiding heeft betreffende de aangelegenheden, bedoeld in artikel 27, eerste lid. Daarbij worden afspraken gemaakt over het tijdstip waarop en op welke wijze de medezeggenschapscommissie in de besluitvorming wordt betrokken.
3. Het hoofd van de diensteenheid verstrekt bij het begin van de zittingsperiode van de medezeggenschapscommissie schriftelijk algemene gegevens over de organisatie van de diensteenheid, over de leiding van de diensteenheid en over de wijze van functioneren van de diensteenheid aan de medezeggenschapscommissie.