BWBR0010617
Geldig vanaf 1999-08-27
Artikel 17
Besluit medezeggenschap defensie
1. De medezeggenschapscommissie vergadert zoveel mogelijk tijdens normale werktijd.
2. De leden van de medezeggenschapscommissie worden in de gelegenheid gesteld een door de commissie in overeenstemming met het hoofd van de diensteenheid te bepalen aantal uren per jaar te besteden aan activiteiten voor vergaderingen van de commissie. Voor de voorzitter en de secretaris bedraagt het aantal uren ten minste 100 per jaar. Voor de overige leden bedraagt het aantal uren ten minste 60 per jaar.
3. De leden van de medezeggenschapscommissie worden in de gelegenheid gesteld een door de commissie in overeenstemming met het hoofd van de diensteenheid te bepalen aantal dagen per jaar, in werktijd en met behoud van bezoldiging, scholing en vorming te ontvangen. Dit aantal dagen bedraagt ten hoogste 5 per jaar.
4. De door een lid van de commissie gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfskosten voor het deelnemen aan vergaderingen van de commissie, aan overlegvergaderingen en aan scholings- en vormingsactiviteiten worden vergoed overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0007956" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit dienstreizen defensiepersoneel</a>.
5. Als de commissie en het hoofd van de diensteenheid niet tot overeenstemming komen over het aantal uren of dagen bedoeld in het tweede en derde lid, wordt door de bevelhebber beslist binnen vier weken nadat advies van het college voor geschillen is ontvangen.
6. De secretaris van de commissie verstrekt ieder half jaar aan het hoofd van de diensteenheid een opgave van de scholings- en vormingsactiviteiten waar de leden van de medezeggenschapscommissie in het komende half jaar aan willen deelnemen. Bij bezwaar van het hoofd van de diensteenheid wordt door de bevelhebber beslist binnen vier weken nadat advies van het college voor geschillen is ontvangen.
2. De leden van de medezeggenschapscommissie worden in de gelegenheid gesteld een door de commissie in overeenstemming met het hoofd van de diensteenheid te bepalen aantal uren per jaar te besteden aan activiteiten voor vergaderingen van de commissie. Voor de voorzitter en de secretaris bedraagt het aantal uren ten minste 100 per jaar. Voor de overige leden bedraagt het aantal uren ten minste 60 per jaar.
3. De leden van de medezeggenschapscommissie worden in de gelegenheid gesteld een door de commissie in overeenstemming met het hoofd van de diensteenheid te bepalen aantal dagen per jaar, in werktijd en met behoud van bezoldiging, scholing en vorming te ontvangen. Dit aantal dagen bedraagt ten hoogste 5 per jaar.
4. De door een lid van de commissie gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfskosten voor het deelnemen aan vergaderingen van de commissie, aan overlegvergaderingen en aan scholings- en vormingsactiviteiten worden vergoed overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0007956" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit dienstreizen defensiepersoneel</a>.
5. Als de commissie en het hoofd van de diensteenheid niet tot overeenstemming komen over het aantal uren of dagen bedoeld in het tweede en derde lid, wordt door de bevelhebber beslist binnen vier weken nadat advies van het college voor geschillen is ontvangen.
6. De secretaris van de commissie verstrekt ieder half jaar aan het hoofd van de diensteenheid een opgave van de scholings- en vormingsactiviteiten waar de leden van de medezeggenschapscommissie in het komende half jaar aan willen deelnemen. Bij bezwaar van het hoofd van de diensteenheid wordt door de bevelhebber beslist binnen vier weken nadat advies van het college voor geschillen is ontvangen.