BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 6.4
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
6.4.1. Op grond van het tweede lid van artikel 162 van het WvSvmoeten aan de officier van justitie desgevraagd inlichtingen worden verstrekt omtrent strafbare feiten met de opsporing waarvan ambtenaren van de Belastingdienst niet zijn belast maar waarvan zij bij de uitvoering van hun werkzaamheden kennis hebben genomen. Dit is de zogenaamde passieve informatieplicht. De hoofden van de eenheden en van de vestigingen van de FIOD kunnen in dit kader op schriftelijk verzoek van de officier van justitie bij hen beschikbare informatie verstrekken voor zover deze van belang is voor de opsporing en/of vervolging van een strafbaar feit. Ten overvloede wordt in dit kader opgemerkt dat informatie omtrent strafbare feiten waarvoor de ambtenaar van de Belastingdienst wél opsporingsbevoegdheid bezit zonder meer aan de officier van justitie kan worden verstrekt.
6.4.2. Een rechter-commissaris kan in geval van verdenking van bepaalde strafbare feiten (geldboete vijfde categorie) een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) instellen. Dit gebeurt naar aanleiding van een met redenen omklede vordering van de officier van justitie, bij machtiging. Ten behoeve van een SFO kan op basis van artikel 126a WvSvbepaalde informatie aan de Belastingdienst worden gevraagd. Het hoofd van een eenheid respectievelijk de FIOD-vestiging kan in dit kader op schriftelijk verzoek van de officier van justitie aan de met het SFO belaste opsporingsambtenaar informatie verstrekken, mits deze een afschrift van de machtiging SFO toont. Om in het kader van de ontnemingswetgeving tot een goede afstemming te komen tussen de officier van justitie en de Belastingdienst is het nodig dat de officier van justitie in een zo vroeg mogelijk stadium in contact treedt met de Belastingdienst. In overeenstemming met het Besluit van 1 december 1997, nr. AFZ97/2041M, neemt de officier van justitie in zaken met beduidende maatschappelijke impact contact op met de Directeur AFZ. In andere gevallen zal de officier van justitie zich wenden tot de fraudecoördinator van de desbetreffende eenheid. In overleg tussen de officier van justitie en de (plv) Directeur AFZ respectievelijk de fraudecoördinator wordt bezien of het fiscale traject, het strafrechtelijke traject dan wel een combinatie van beide trajecten wordt gekozen voor de afroming van de criminele winsten. De (plv)Directeur AFZ en de fraudecoördinator zijn ten behoeve van dit overleg van de geheimhoudingsplicht ontheven.
6.4.3. Het hoofd van de eenheid verstrekt desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst/FIOD, die werkzaam is bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), informatie, welke van belang kan zijn in het kader van zogenaamde verdachte financiële transacties en in het kader van meldingen van buitenlandse meldpunten. Verder verstrekt het hoofd van de eenheid desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst/FIOD in het kader van een strafrechtelijk onderzoek de informatie welke nodig is voor de beantwoording van informatieverzoeken van Interpol en buitenlandse liaisons.
Het hoofd van de eenheid verstrekt desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst die gedetacheerd is bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (M.O.T.) informatie die het M.O.T. nodig heeft om ten aanzien van gemelde ongebruikelijke transacties te kunnen beoordelen of er sprake is van een verdachte transactie. Voor deze informatieverstrekking is hij van zijn geheimhoudingsplicht ontheven. De waarborgen bij deze informatieverstrekking zijn vastgelegd in het samenwerkingsconvenant Belastingdienst-MOT.
6.4.4. Het hoofd van de eenheid verstrekt op schriftelijk verzoek, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2.1.3. aan de opsporingsambtenaren van de Gemeentelijke Sociale Diensten, van de erkende uitvoeringsinstellingen sociale verzekeringen en van de Dienst recherche zaken van VROM de informatie die van belang kan zijn in het kader van de handhaving van respectievelijk de Algemene bijstandswet, de Organisatiewet sociale verzekeringen, de Wet individuele huursubsidie en de diverse beschikkingen in verband met bijdragen voorde eigen woning.
Indien informatie is verstrekt, vindt schriftelijke vastlegging plaats, bijvoorbeeld in de legger van de betrokken belastingplichtige. Het hoofd van de FIOD wordt van de verstrekking in kennis gesteld.
6.4.5. Voor informatieverstrekking aan opsporingsinstanties in andere gevallen dan genoemd in hoofdstuk 6.4.1., 6.4.2., 6.4.3. en 6.4.4. verleent dit voorschrift geen ontheffing. Indien het hoofd van de eenheid respectievelijk de FIOD-vestiging van mening is dat er een maatschappelijk belang is om toch tot informatieverstrekking over te gaan legt hij de zaak met advies voor aan het hoofd van de FIOD. Dit geldt ook voor verzoeken om informatie door een medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Verzoeken om informatieverstrekking voor vooronderzoeken gericht op segmenten van de samenleving, waarbij nog geen vermoeden bestaat van aanwijsbare strafbare feiten (een verkennend strafrechtelijk onderzoek) worden altijd voorgelegd aan de Directeur AFZ. Indien tot informatieverstrekking wordt besloten, is degene die over de informatie beschikt van zijn geheimhoudingsplicht ontheven.
6.4.6. Indien informatie is verstrekt vindt schriftelijke vastlegging plaats, bijvoorbeeld in de legger van de betrokken belastingplichtige.
6.4.2. Een rechter-commissaris kan in geval van verdenking van bepaalde strafbare feiten (geldboete vijfde categorie) een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) instellen. Dit gebeurt naar aanleiding van een met redenen omklede vordering van de officier van justitie, bij machtiging. Ten behoeve van een SFO kan op basis van artikel 126a WvSvbepaalde informatie aan de Belastingdienst worden gevraagd. Het hoofd van een eenheid respectievelijk de FIOD-vestiging kan in dit kader op schriftelijk verzoek van de officier van justitie aan de met het SFO belaste opsporingsambtenaar informatie verstrekken, mits deze een afschrift van de machtiging SFO toont. Om in het kader van de ontnemingswetgeving tot een goede afstemming te komen tussen de officier van justitie en de Belastingdienst is het nodig dat de officier van justitie in een zo vroeg mogelijk stadium in contact treedt met de Belastingdienst. In overeenstemming met het Besluit van 1 december 1997, nr. AFZ97/2041M, neemt de officier van justitie in zaken met beduidende maatschappelijke impact contact op met de Directeur AFZ. In andere gevallen zal de officier van justitie zich wenden tot de fraudecoördinator van de desbetreffende eenheid. In overleg tussen de officier van justitie en de (plv) Directeur AFZ respectievelijk de fraudecoördinator wordt bezien of het fiscale traject, het strafrechtelijke traject dan wel een combinatie van beide trajecten wordt gekozen voor de afroming van de criminele winsten. De (plv)Directeur AFZ en de fraudecoördinator zijn ten behoeve van dit overleg van de geheimhoudingsplicht ontheven.
6.4.3. Het hoofd van de eenheid verstrekt desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst/FIOD, die werkzaam is bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), informatie, welke van belang kan zijn in het kader van zogenaamde verdachte financiële transacties en in het kader van meldingen van buitenlandse meldpunten. Verder verstrekt het hoofd van de eenheid desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst/FIOD in het kader van een strafrechtelijk onderzoek de informatie welke nodig is voor de beantwoording van informatieverzoeken van Interpol en buitenlandse liaisons.
Het hoofd van de eenheid verstrekt desgevraagd aan de medewerker van de Belastingdienst die gedetacheerd is bij het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (M.O.T.) informatie die het M.O.T. nodig heeft om ten aanzien van gemelde ongebruikelijke transacties te kunnen beoordelen of er sprake is van een verdachte transactie. Voor deze informatieverstrekking is hij van zijn geheimhoudingsplicht ontheven. De waarborgen bij deze informatieverstrekking zijn vastgelegd in het samenwerkingsconvenant Belastingdienst-MOT.
6.4.4. Het hoofd van de eenheid verstrekt op schriftelijk verzoek, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2.1.3. aan de opsporingsambtenaren van de Gemeentelijke Sociale Diensten, van de erkende uitvoeringsinstellingen sociale verzekeringen en van de Dienst recherche zaken van VROM de informatie die van belang kan zijn in het kader van de handhaving van respectievelijk de Algemene bijstandswet, de Organisatiewet sociale verzekeringen, de Wet individuele huursubsidie en de diverse beschikkingen in verband met bijdragen voorde eigen woning.
Indien informatie is verstrekt, vindt schriftelijke vastlegging plaats, bijvoorbeeld in de legger van de betrokken belastingplichtige. Het hoofd van de FIOD wordt van de verstrekking in kennis gesteld.
6.4.5. Voor informatieverstrekking aan opsporingsinstanties in andere gevallen dan genoemd in hoofdstuk 6.4.1., 6.4.2., 6.4.3. en 6.4.4. verleent dit voorschrift geen ontheffing. Indien het hoofd van de eenheid respectievelijk de FIOD-vestiging van mening is dat er een maatschappelijk belang is om toch tot informatieverstrekking over te gaan legt hij de zaak met advies voor aan het hoofd van de FIOD. Dit geldt ook voor verzoeken om informatie door een medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Verzoeken om informatieverstrekking voor vooronderzoeken gericht op segmenten van de samenleving, waarbij nog geen vermoeden bestaat van aanwijsbare strafbare feiten (een verkennend strafrechtelijk onderzoek) worden altijd voorgelegd aan de Directeur AFZ. Indien tot informatieverstrekking wordt besloten, is degene die over de informatie beschikt van zijn geheimhoudingsplicht ontheven.
6.4.6. Indien informatie is verstrekt vindt schriftelijke vastlegging plaats, bijvoorbeeld in de legger van de betrokken belastingplichtige.