BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 2.1
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
2.1.1. De fiscale geheimhouding is in de wet vastgelegd. De belastingplichtige moet erop kunnen vertrouwen dat van de door hem verstrekte informatie geen ander gebruik wordt gemaakt dan voor het uitvoeren van de belastingwetgeving door de Belastingdienst. Het werk van de Belastingdienst zou ernstig worden bemoeilijkt als een belastingplichtige - uit vrees dat zijn informatie bij derden terecht kan komen - informatie achterhoudt die voor de Belastingdienst juist van belang is. De Belastingdienst beschikt over veel, ook gevoelige informatie, bijvoorbeeld informatie over de bedrijfsvoering van ondernemingen. Het bekend worden van deze informatie zou kunnen leiden tot verstoringen van de concurrentieverhoudingen. Ook in de particuliere sfeer kan de bij de Belastingdienst bekende informatie gevoelig zijn. Te denken valt aan echtscheidings- en alimentatiezaken.
Alle beschikbare informatie over een belastingplichtige valt onder de geheimhoudingsplicht tenzij het gaat om informatie die nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. (Zie Hoge Raad 8 november 1991, NJ 1992, 277).
2.1.2. De Belastingdienst heeft veel gegevens over belastingplichtigen. De gegevens waarover de Belastingdienst beschikt zijn te onderscheiden in gegevens die de Belastingdienst van anderen heeft verkregen en gegevens die de Belastingdienst zelf heeft gevormd.
De Belastingdienst verzamelt gegevens ten dienste van een bepaald en vastomlijnd doel, namelijk de heffing en inning van belastingen. De Belastingdienst gebruikt de van derden verkregen gegevens uitsluitend voor dat doel (de zogenaamde doelbinding).
De Belastingdienst verwerkt gegevens en genereert daarmee informatie. De daardoor verkregen informatie kan de Belastingdienst als daartoe een wettelijke verplichting bestaat of met gebruikmaking van de mogelijkheid tot ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht, verder verstrekken dan nodig is voor de heffing of invordering van belastingen. Een voorbeeld: de Belastingdienst verwerkt de van de banken in het kader van de informatieverplichtingen verkregen gegevens. De daaruit voortgekomen informatie kan de Belastingdienst met ontheffing verder verstrekken, indien het onderhavige Voorschrift verstrekking mogelijk maakt. Van derden verkregen gegevens die de Belastingdienst niet heeft verwerkt kunnen niet aan anderen worden verstrekt. Dit is bijvoorbeeld het geval met de van derden verkregen bankrekeningnummers.
De doelbinding moet ook gelden voor de bestuursorganen, waaraan de Belastingdienst gegevens verstrekt. De Belastingdienst stelt daarom bij informatieverstrekking de voorwaarde dat de bestuursorganen de door de Belastingdienst verstrekte gegevens uitsluitend gebruiken ten behoeve van de doeleinden met het oog waarop de Belastingdienst de gegevens heeft verstrekt. Tevens stelt de Belastingdienst de voorwaarde dat de bestuursorganen de verkregen gegevens niet verder verstrekken.
2.1.3. De Belastingdienst zal voorafgaand aan de informatieverstrekking (zie hoofdstuk 2.2) onder meer de volgende belangen af dienen te wegen:
- het belang van een effectieve fraudebestrijding en/of een effectieve uitoefening van de aan het ontvangende bestuursorgaan opgedragen taken;
- het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de burger dan wel het belang van de bescherming van bedrijfsgegevens;
- de belangen die de Belastingdienst heeft bij naleving van de geheimhoudingsplicht (zie hoofdstuk 2.1.1.);
- de inspanningen die de Belastingdienst zich met informatieverstrekking moet getroosten zowel qua hoeveelheid als qua soort gegeven;
- de bijdrage die de aan het ontvangende bestuursorgaan verstrekte gegevens kunnen leveren aan een effectieve fraudebestrijding.
Indien uit de bijlagen 2A, 2B en 2C blijkt dat er voor de gegevensverstrekking geen wettelijke basis is dan zijn ernaar aanleiding van een ontheffing van de geheimhoudingsplicht, tussen de Belastingdienst en het desbetreffende bestuursorgaan afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling. In dat geval heeft de belangenafweging al plaatsgevonden en hoeft niet ten aanzien van ieder individueel verzoek alsnog een belangenafweging plaats te vinden.
Indien er een wettelijke verplichting tot informatieverstrekking bestaat, maar de wettelijke bepaling de ruimte biedt voor een belangenafweging, zal de belangenafweging moeten plaatsvinden. Informatieverstrekking zal in deze situatie echter slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden geweigerd (bijvoorbeeld als het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd in wanverhouding staat tot de inspanningen die de Belastingdienst voor de verstrekking moet verrichten). De beslissing om, ondanks een wettelijke verplichting, geen informatie te verstrekken dient vooraf te worden voorgelegd aan de Directeur AFZ.
2.1.4. Het verstrekken van informatie binnen de Belastingdienst is altijd mogelijk voor zover de informatie nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. Om deze reden kan bijvoorbeeld informatie over een belastingplichtige die op een eenheid Ondernemingen bekend is, worden doorgegeven aan een Douane district indien die informatie daar nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. De Belastingdienst mag informatie van de ene belastingplichtige gebruiken voor de heffing en invordering bij een andere belastingplichtige. Het hoofd van de eenheid autoriseert zijn medewerkers voor het gebruik van informatie uit op geautomatiseerde wijze toegankelijke gegevensverzamelingen. Ook autoriseert hij - indien dit nodig is voor de duur van een specifiek onderzoek - medewerkers van andere eenheden ten behoeve van een dergelijk informatiegebruik. Indien deze laatste vorm van informatieverstrekking een structureel karakter heeft wordt dit vastgelegd. Verwezen wordt naar het Handboek Informatiebeveiliging en de reglementen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Alle beschikbare informatie over een belastingplichtige valt onder de geheimhoudingsplicht tenzij het gaat om informatie die nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. (Zie Hoge Raad 8 november 1991, NJ 1992, 277).
2.1.2. De Belastingdienst heeft veel gegevens over belastingplichtigen. De gegevens waarover de Belastingdienst beschikt zijn te onderscheiden in gegevens die de Belastingdienst van anderen heeft verkregen en gegevens die de Belastingdienst zelf heeft gevormd.
De Belastingdienst verzamelt gegevens ten dienste van een bepaald en vastomlijnd doel, namelijk de heffing en inning van belastingen. De Belastingdienst gebruikt de van derden verkregen gegevens uitsluitend voor dat doel (de zogenaamde doelbinding).
De Belastingdienst verwerkt gegevens en genereert daarmee informatie. De daardoor verkregen informatie kan de Belastingdienst als daartoe een wettelijke verplichting bestaat of met gebruikmaking van de mogelijkheid tot ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht, verder verstrekken dan nodig is voor de heffing of invordering van belastingen. Een voorbeeld: de Belastingdienst verwerkt de van de banken in het kader van de informatieverplichtingen verkregen gegevens. De daaruit voortgekomen informatie kan de Belastingdienst met ontheffing verder verstrekken, indien het onderhavige Voorschrift verstrekking mogelijk maakt. Van derden verkregen gegevens die de Belastingdienst niet heeft verwerkt kunnen niet aan anderen worden verstrekt. Dit is bijvoorbeeld het geval met de van derden verkregen bankrekeningnummers.
De doelbinding moet ook gelden voor de bestuursorganen, waaraan de Belastingdienst gegevens verstrekt. De Belastingdienst stelt daarom bij informatieverstrekking de voorwaarde dat de bestuursorganen de door de Belastingdienst verstrekte gegevens uitsluitend gebruiken ten behoeve van de doeleinden met het oog waarop de Belastingdienst de gegevens heeft verstrekt. Tevens stelt de Belastingdienst de voorwaarde dat de bestuursorganen de verkregen gegevens niet verder verstrekken.
2.1.3. De Belastingdienst zal voorafgaand aan de informatieverstrekking (zie hoofdstuk 2.2) onder meer de volgende belangen af dienen te wegen:
- het belang van een effectieve fraudebestrijding en/of een effectieve uitoefening van de aan het ontvangende bestuursorgaan opgedragen taken;
- het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de burger dan wel het belang van de bescherming van bedrijfsgegevens;
- de belangen die de Belastingdienst heeft bij naleving van de geheimhoudingsplicht (zie hoofdstuk 2.1.1.);
- de inspanningen die de Belastingdienst zich met informatieverstrekking moet getroosten zowel qua hoeveelheid als qua soort gegeven;
- de bijdrage die de aan het ontvangende bestuursorgaan verstrekte gegevens kunnen leveren aan een effectieve fraudebestrijding.
Indien uit de bijlagen 2A, 2B en 2C blijkt dat er voor de gegevensverstrekking geen wettelijke basis is dan zijn ernaar aanleiding van een ontheffing van de geheimhoudingsplicht, tussen de Belastingdienst en het desbetreffende bestuursorgaan afspraken gemaakt over informatie-uitwisseling. In dat geval heeft de belangenafweging al plaatsgevonden en hoeft niet ten aanzien van ieder individueel verzoek alsnog een belangenafweging plaats te vinden.
Indien er een wettelijke verplichting tot informatieverstrekking bestaat, maar de wettelijke bepaling de ruimte biedt voor een belangenafweging, zal de belangenafweging moeten plaatsvinden. Informatieverstrekking zal in deze situatie echter slechts in uitzonderlijke gevallen kunnen worden geweigerd (bijvoorbeeld als het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd in wanverhouding staat tot de inspanningen die de Belastingdienst voor de verstrekking moet verrichten). De beslissing om, ondanks een wettelijke verplichting, geen informatie te verstrekken dient vooraf te worden voorgelegd aan de Directeur AFZ.
2.1.4. Het verstrekken van informatie binnen de Belastingdienst is altijd mogelijk voor zover de informatie nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. Om deze reden kan bijvoorbeeld informatie over een belastingplichtige die op een eenheid Ondernemingen bekend is, worden doorgegeven aan een Douane district indien die informatie daar nodig is voor de uitvoering van de belastingwetgeving. De Belastingdienst mag informatie van de ene belastingplichtige gebruiken voor de heffing en invordering bij een andere belastingplichtige. Het hoofd van de eenheid autoriseert zijn medewerkers voor het gebruik van informatie uit op geautomatiseerde wijze toegankelijke gegevensverzamelingen. Ook autoriseert hij - indien dit nodig is voor de duur van een specifiek onderzoek - medewerkers van andere eenheden ten behoeve van een dergelijk informatiegebruik. Indien deze laatste vorm van informatieverstrekking een structureel karakter heeft wordt dit vastgelegd. Verwezen wordt naar het Handboek Informatiebeveiliging en de reglementen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.