BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 3.1
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
Van structurele informatieverstrekking is sprake als er doorlopend informatie wordt verstrekt of als er sprake is van grote hoeveelheden. De Directeur-Generaal der Belastingen (zie hoofdstuk 2.2.2) beslist over verzoeken om structurele informatieverstrekking. Voor het structureel verstrekken van informatie ten behoeve van opsporingsonderzoeken wordt geen ontheffing verleend. Met betrekking tot het verstrekken van informatie ten behoeve van opsporingsonderzoeken geeft hoofdstuk 6regels.
Indien ontheffing is verleend wordt het bestuursorgaan waaraan de Belasting-dienst informatie mag verstrekken opgenomen in de bijlagen 2A, 2B of 2C. In deze bijlagen worden tevens de bestuursorganen opgenomen waaraan informatie moet worden verstrekt op grond van een wettelijke verplichting. In hoofdstuk 1.3.is aangegeven welke directeur, met inachtneming van de hoofdstukken 2.1. en 2.2., de aanpassing van de bijlagen voorbereidt.
De informatie van de Belastingdienst kan in het algemeen slechts dienen voor de verificatie van de gegevens die bij een ander bestuursorgaan bekend zijn. Dit uitgangspunt houdt echter niet in dat de Belastingdienst de gegevens voor het andere bestuursorgaan verifieert. Het bestuursorgaan waaraan de Belastingdienst gegevens verstrekt dient die gegevens zelf te verifiëren met de hem bekende gegevens. Bij gebleken afwijkingen dient het informatie-ontvangende bestuursorgaan een nader onderzoek in te stellen, waarbij de Belastingdienst kan worden betrokken.
Indien ontheffing is verleend wordt het bestuursorgaan waaraan de Belasting-dienst informatie mag verstrekken opgenomen in de bijlagen 2A, 2B of 2C. In deze bijlagen worden tevens de bestuursorganen opgenomen waaraan informatie moet worden verstrekt op grond van een wettelijke verplichting. In hoofdstuk 1.3.is aangegeven welke directeur, met inachtneming van de hoofdstukken 2.1. en 2.2., de aanpassing van de bijlagen voorbereidt.
De informatie van de Belastingdienst kan in het algemeen slechts dienen voor de verificatie van de gegevens die bij een ander bestuursorgaan bekend zijn. Dit uitgangspunt houdt echter niet in dat de Belastingdienst de gegevens voor het andere bestuursorgaan verifieert. Het bestuursorgaan waaraan de Belastingdienst gegevens verstrekt dient die gegevens zelf te verifiëren met de hem bekende gegevens. Bij gebleken afwijkingen dient het informatie-ontvangende bestuursorgaan een nader onderzoek in te stellen, waarbij de Belastingdienst kan worden betrokken.