BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 3.3
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
3.3.1. Geautomatiseerde informatieverstrekking uit de centrale bestanden vindt plaats aan de instellingen genoemde in de bijlagen 2A, 2B en 2C in de gevallen dat dit in deze bijlagen door middel van een (A) is aangegeven. Voordat de Belastingdienst informatie verstrekt, wordt geverifieerd of het bestuursorgaan dat informatie vraagt wel het juiste SoFi-nummer heeft vermeld. Zo wordt voorkomen dat gegevens van een verkeerde persoon worden verstrekt.
Indien een bestuursorgaan niet over een SoFi-nummer beschikt, maar dit wel mag gebruiken, vindt voorafgaand aan de informatieverstrekking een geautomatiseerde identificatie plaats. Gegevens met betrekking tot naam, adres, woonplaats en geboortedatum worden vergeleken met de gegevens in het systeem Beheer van relaties. Indien een eenduidige identificatie mogelijk is, met andere woorden: indien maar één persoon voldoet aan de opgegeven persoonsgegevens, wordt een SoFi-nummer bij de opgegeven persoonsgegevens gevoegd. Indien geen eenduidige identificatie mogelijk is, met andere woorden: indien geen of meer dan één persoon voldoet aan de opgegeven persoonsgegevens, dient handmatige identificatie plaats te vinden. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de eenheden van de Belastingdienst.
3.3.2. De eenheden van de Belastingdienst zijn niet betrokken bij de geautomatiseerde informatieverstrekking uit centrale bestanden, maar kunnen naar aanleiding van deze informatieverstrekking wel door belastingplichtigen worden benaderd. Door fouten in de bestanden kan de Belastingdienst onjuiste informatie hebben verstrekt aan andere bestuursorganen. De eenheid gaat op verzoek van de belastingplichtige na of de informatie die aan een bestuursorgaan is verstrekt overeenkomt met de op de eenheid beschikbare informatie over de belastingplichtige. Daarnaast kan contact worden gezocht met het bestuursorgaan waaraan de informatie is verstrekt om het probleem van de belastingplichtige op te lossen. Indien de eenheid meent dat aan een bestuursorgaan verkeerde inkomensgegevens zijn verstrekt dan kan de eenheid op verzoek van de belastingplichtige het juiste belastbaar inkomen vaststellen en dit tevens aan het desbetreffende bestuursorgaan verstrekken.
3.3.3. De uitvoeringsinstellingen op het gebied van de sociale verzekeringen en de gemeentelijke sociale diensten controleren met behulp van informatie uit geautomatiseerde bestanden van de Belastingdienst of uitkeringsgerechtigden naast hun uitkering ten onrechte nog andere looninkomsten hebben genoten. De Belastingdienst verstrekt in het geval dat onterechte samenloop wordt geconstateerd op geautomatiseerde wijze het loonbelastingnummer en de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de inhoudingsplichtige die het inkomen heeft uitbetaald.
Indien een bestuursorgaan niet over een SoFi-nummer beschikt, maar dit wel mag gebruiken, vindt voorafgaand aan de informatieverstrekking een geautomatiseerde identificatie plaats. Gegevens met betrekking tot naam, adres, woonplaats en geboortedatum worden vergeleken met de gegevens in het systeem Beheer van relaties. Indien een eenduidige identificatie mogelijk is, met andere woorden: indien maar één persoon voldoet aan de opgegeven persoonsgegevens, wordt een SoFi-nummer bij de opgegeven persoonsgegevens gevoegd. Indien geen eenduidige identificatie mogelijk is, met andere woorden: indien geen of meer dan één persoon voldoet aan de opgegeven persoonsgegevens, dient handmatige identificatie plaats te vinden. Hiervoor kan een beroep worden gedaan op de eenheden van de Belastingdienst.
3.3.2. De eenheden van de Belastingdienst zijn niet betrokken bij de geautomatiseerde informatieverstrekking uit centrale bestanden, maar kunnen naar aanleiding van deze informatieverstrekking wel door belastingplichtigen worden benaderd. Door fouten in de bestanden kan de Belastingdienst onjuiste informatie hebben verstrekt aan andere bestuursorganen. De eenheid gaat op verzoek van de belastingplichtige na of de informatie die aan een bestuursorgaan is verstrekt overeenkomt met de op de eenheid beschikbare informatie over de belastingplichtige. Daarnaast kan contact worden gezocht met het bestuursorgaan waaraan de informatie is verstrekt om het probleem van de belastingplichtige op te lossen. Indien de eenheid meent dat aan een bestuursorgaan verkeerde inkomensgegevens zijn verstrekt dan kan de eenheid op verzoek van de belastingplichtige het juiste belastbaar inkomen vaststellen en dit tevens aan het desbetreffende bestuursorgaan verstrekken.
3.3.3. De uitvoeringsinstellingen op het gebied van de sociale verzekeringen en de gemeentelijke sociale diensten controleren met behulp van informatie uit geautomatiseerde bestanden van de Belastingdienst of uitkeringsgerechtigden naast hun uitkering ten onrechte nog andere looninkomsten hebben genoten. De Belastingdienst verstrekt in het geval dat onterechte samenloop wordt geconstateerd op geautomatiseerde wijze het loonbelastingnummer en de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de inhoudingsplichtige die het inkomen heeft uitbetaald.