BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 2.5
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
De WOBregelt hoe de overheid bij de uitvoering van haar taak openheid en openbaarheid van bestuur betracht. De WOBgeeft aanwijzingen over informatieverstrekking op verzoek en informatieverstrekking uit eigen beweging. Er behoeft alleen informatie te worden verstrekt die is vastgelegd in documenten. Onder een document wordt verstaan een schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat (met andere woorden: andere gegevensdragers).
De fiscale geheimhoudingsbepalingen zijn aan te merken als lex specialis ten opzichte van de WOB. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient echter een bestuursorgaan de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht te toetsen aan de uitzonderingsgronden en de beperkingen van de WOB.
Op basis van de WOBheeft een belastingplichtige in beginsel recht op openbaarmaking van op hem betrekking hebbende informatie die is neergelegd in een document, tenzij één van de hierna genoemde uitzonderingsgronden of beperkingen van toepassing is.
Verzoeken van derden over individuele belastingplichtigen worden altijd afgewezen met een beroep op de fiscale geheimhoudingsplicht.
Omdat het mogelijk is om ontheffing van de geheimhoudingsplicht te verlenen zal het beroep op de geheimhoudingsplicht altijd mede moeten worden gemotiveerd met de uitzonderingsgronden en beperkingen van de WOB. Voor fiscale zaken zijn vooral de absolute uitzonderingsgrond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c(bedrijfs- en fabricagegegevens die door natuurlijke personen en rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld), en de relatieve uitzonderingsgronden van artikel 10, tweede lid, onderdelen b, d, e en gvan belang.
De relatieve uitzonderingsgronden betreffen de met de geheimhouding gemoeide belangen van inspectie, controle of toezicht, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden en de met die belangen verbonden economische of financiële belangen van de Staat.
Indien aan het verzoek van een belastingplichtige tegemoet wordt gekomen wordt hem op grond van artikel 7 van de WOBeen kopie verstrekt van het document waarin informatie over hem is opgenomen of wordt hem op een andere wijze toegestaan van de inhoud daarvan kennis te nemen.
Op een verzoek om informatie op grond van de WOB moet binnen twee weken worden beslist (zie artikel 6 WOB). In een bijzonder geval kan die termijn, mits gemotiveerd, met ten hoogste twee weken worden verlengd. De behandeling van een WOB-verzoek is vrijwel geheel gemandateerd aan de hoofden van de eenheden (zie de Regeling van 21 december 1993, WJB93/1579, Stcrt. 1993/247 en de besluiten van 4 januari 1994, nr. AFZ94/65 en van 1 juni 1994, nr AFZ94/2984).
De fiscale geheimhoudingsbepalingen zijn aan te merken als lex specialis ten opzichte van de WOB. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient echter een bestuursorgaan de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht te toetsen aan de uitzonderingsgronden en de beperkingen van de WOB.
Op basis van de WOBheeft een belastingplichtige in beginsel recht op openbaarmaking van op hem betrekking hebbende informatie die is neergelegd in een document, tenzij één van de hierna genoemde uitzonderingsgronden of beperkingen van toepassing is.
Verzoeken van derden over individuele belastingplichtigen worden altijd afgewezen met een beroep op de fiscale geheimhoudingsplicht.
Omdat het mogelijk is om ontheffing van de geheimhoudingsplicht te verlenen zal het beroep op de geheimhoudingsplicht altijd mede moeten worden gemotiveerd met de uitzonderingsgronden en beperkingen van de WOB. Voor fiscale zaken zijn vooral de absolute uitzonderingsgrond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c(bedrijfs- en fabricagegegevens die door natuurlijke personen en rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld), en de relatieve uitzonderingsgronden van artikel 10, tweede lid, onderdelen b, d, e en gvan belang.
De relatieve uitzonderingsgronden betreffen de met de geheimhouding gemoeide belangen van inspectie, controle of toezicht, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden en de met die belangen verbonden economische of financiële belangen van de Staat.
Indien aan het verzoek van een belastingplichtige tegemoet wordt gekomen wordt hem op grond van artikel 7 van de WOBeen kopie verstrekt van het document waarin informatie over hem is opgenomen of wordt hem op een andere wijze toegestaan van de inhoud daarvan kennis te nemen.
Op een verzoek om informatie op grond van de WOB moet binnen twee weken worden beslist (zie artikel 6 WOB). In een bijzonder geval kan die termijn, mits gemotiveerd, met ten hoogste twee weken worden verlengd. De behandeling van een WOB-verzoek is vrijwel geheel gemandateerd aan de hoofden van de eenheden (zie de Regeling van 21 december 1993, WJB93/1579, Stcrt. 1993/247 en de besluiten van 4 januari 1994, nr. AFZ94/65 en van 1 juni 1994, nr AFZ94/2984).