BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 4.1
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
In dit hoofdstuk wordt omschreven hoe op een eenheid moet worden omgegaan met een incidenteel verzoek om informatie. Er zijn daarbij vier situaties te onderscheiden.
a) Er is sprake van een wettelijke plicht tot informatieverstrekking (zie hoofdstuk 4.2).
b) Een belastingplichtige verzoekt om informatie over zichzelf (zie hoofdstuk 4.3).
c) Een bestuursorgaan verzoekt om informatie (zie hoofdstuk 4.4).
d) Een (rechts)persoon verzoekt om informatie over een ander (zie hoofdstuk 4.5). Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de informatieverstrekking aan bestuursorganen die in het kader van het strafrecht werkzaam zijn. Met betrekking tot het verstrekken van informatie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten en het afleggen van getuigenverklaringen geeft hoofdstuk 6 regels.
Een verzoek om informatie moet schriftelijk worden ingediend. Een uitzondering op deze regel vormt de situatie dat een belastingplichtige mondeling om informatie over zichzelf verzoekt. Een dergelijk verzoek kan wel in behandeling worden genomen. De informatie wordt schriftelijk verstrekt, tenzij er sprake is van statusinformatie (zie hoofdstuk 4.3.1). Onder statusinformatie wordt verstaan informatie over de stand van zaken van de afhandeling van aangiften, bezwaarschriften en verzoeken. In dit hoofdstuk is verder aangegeven dat de verstrekking van informatie moet worden vastgelegd (zie hoofdstuk 4.6) en dat er afspraken moeten worden gemaakt over het melden van de resultaten van de informatieverstrekking (zie hoofdstuk 4.7).
a) Er is sprake van een wettelijke plicht tot informatieverstrekking (zie hoofdstuk 4.2).
b) Een belastingplichtige verzoekt om informatie over zichzelf (zie hoofdstuk 4.3).
c) Een bestuursorgaan verzoekt om informatie (zie hoofdstuk 4.4).
d) Een (rechts)persoon verzoekt om informatie over een ander (zie hoofdstuk 4.5). Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op de informatieverstrekking aan bestuursorganen die in het kader van het strafrecht werkzaam zijn. Met betrekking tot het verstrekken van informatie ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten en het afleggen van getuigenverklaringen geeft hoofdstuk 6 regels.
Een verzoek om informatie moet schriftelijk worden ingediend. Een uitzondering op deze regel vormt de situatie dat een belastingplichtige mondeling om informatie over zichzelf verzoekt. Een dergelijk verzoek kan wel in behandeling worden genomen. De informatie wordt schriftelijk verstrekt, tenzij er sprake is van statusinformatie (zie hoofdstuk 4.3.1). Onder statusinformatie wordt verstaan informatie over de stand van zaken van de afhandeling van aangiften, bezwaarschriften en verzoeken. In dit hoofdstuk is verder aangegeven dat de verstrekking van informatie moet worden vastgelegd (zie hoofdstuk 4.6) en dat er afspraken moeten worden gemaakt over het melden van de resultaten van de informatieverstrekking (zie hoofdstuk 4.7).