BWBR0010092
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 2.4
Voorschrift informatieverstrekking 1993 (VIV 1993)
2.4.1. Veel informatie over natuurlijke personen is bij de Belastingdienst opgeslagen in persoonsregistraties. Een persoonsregistratie in de zin van de WPR is een samenhangende verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende gegevens die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of, met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens, systematisch is aangelegd. De persoonsgegevens die zijn opgenomen in de geautomatiseerde bestanden van de Belastingdienst vallen onder het begrip persoonsregistratie. Voor alle informatie die over natuurlijke personen is opgenomen in een persoonsregistratie geldt, naast de fiscale geheimhoudingsplicht, de WPR. De WPR regelt wanneer en onder welke voorwaarden gegevens uit een persoonsregistratie gebruikt kunnen worden en wanneer deze aan derden mogen worden verstrekt.
Een legger- of dossierverzameling bij de Belastingdienst wordt niet beschouwd als een persoonsregistratie. Dat betekent dat de informatie die daarin is opgenomen niet onder de werking van de WPR valt. Is deze informatie oorspronkelijk afkomstig uit een persoonsregistratie dan geldt de WPR wel. Hierbij valt te denken aan een uitdraai uit een geautomatiseerde administratie in de legger.
De Belastingdienst moet op grond van de WPR elke verstrekking van informatie vastleggen. Volgens de WPR dient aan het verstrekken van informatie een verzoek ten grondslag te liggen; het spontaan verstrekken van informatie uit een persoonsregistratie is niet toegestaan. Als informatie niet afkomstig is uit een persoonsregistratie en daarmee niet onder de werking van de WPR valt, is spontane verstrekking in beginsel wel mogelijk. Het op initiatief van de Belastingdienst verstrekken van informatie komt in hoofdstuk 5aan de orde.
2.4.2. Op grond van de WPR bestaat voor de Belastingdienst de verplichting om voor elke persoonsregistratie een reglement op te stellen. Deze reglementen zijn opgenomen in het boekwerk Informatieverstrekking. De reglementen staan ook op het Infoweb van de Belastingdienst. In de reglementen is telkens in artikel 10opgenomen aan welk bestuursorgaan informatie uit die persoonsregistratie wordt of mag worden verstrekt.
2.4.3. Voor het verstrekken van informatie aan de in artikel 10van de reglementen genoemde bestuursorganen is ontheffing van de geheimhoudingsplicht verleend. Daarnaast is in artikel 10 vaak de mogelijkheid opgenomen om incidenteel nog informatie te verstrekken aan andere bestuursorganen. Indien een niet genoemd bestuursorgaan verzoekt om informatie beoordeelt het hoofd van de eenheid het verzoek op basis van hoofdstuk 4 van dit voorschrift.
Een legger- of dossierverzameling bij de Belastingdienst wordt niet beschouwd als een persoonsregistratie. Dat betekent dat de informatie die daarin is opgenomen niet onder de werking van de WPR valt. Is deze informatie oorspronkelijk afkomstig uit een persoonsregistratie dan geldt de WPR wel. Hierbij valt te denken aan een uitdraai uit een geautomatiseerde administratie in de legger.
De Belastingdienst moet op grond van de WPR elke verstrekking van informatie vastleggen. Volgens de WPR dient aan het verstrekken van informatie een verzoek ten grondslag te liggen; het spontaan verstrekken van informatie uit een persoonsregistratie is niet toegestaan. Als informatie niet afkomstig is uit een persoonsregistratie en daarmee niet onder de werking van de WPR valt, is spontane verstrekking in beginsel wel mogelijk. Het op initiatief van de Belastingdienst verstrekken van informatie komt in hoofdstuk 5aan de orde.
2.4.2. Op grond van de WPR bestaat voor de Belastingdienst de verplichting om voor elke persoonsregistratie een reglement op te stellen. Deze reglementen zijn opgenomen in het boekwerk Informatieverstrekking. De reglementen staan ook op het Infoweb van de Belastingdienst. In de reglementen is telkens in artikel 10opgenomen aan welk bestuursorgaan informatie uit die persoonsregistratie wordt of mag worden verstrekt.
2.4.3. Voor het verstrekken van informatie aan de in artikel 10van de reglementen genoemde bestuursorganen is ontheffing van de geheimhoudingsplicht verleend. Daarnaast is in artikel 10 vaak de mogelijkheid opgenomen om incidenteel nog informatie te verstrekken aan andere bestuursorganen. Indien een niet genoemd bestuursorgaan verzoekt om informatie beoordeelt het hoofd van de eenheid het verzoek op basis van hoofdstuk 4 van dit voorschrift.