BWBR0007656
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 26c
Regeling hulpmiddelen 1996
1. De in artikel 2, eerste lid, onderff, bedoelde middelen zijn:
a. aan functiebeperkingen aangepaste tafels;
b. aan functiebeperkingen aangepaste stoelen, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen; 1). sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte;
2). specifieke polstering;
3). abductiebalk;
4). arthrodese-zitting;
5). pelottes voor zijwaarste steun;
1). sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte;
2). specifieke polstering;
3). abductiebalk;
4). arthrodese-zitting;
5). pelottes voor zijwaarste steun;
c. anti-decubituszitkussens;
d. bedden in speciale uitvoering met inbegrip van daarvoor bestemde matrassen;
e. anti-decubitusbedden, -matrassen en -overtrekken ter behandeling en ter preventie van decubitus;
f. dekenbogen, onrusthekken, bedgalgen, papegaaien en portalen;
g. bedverkorters en -verlengers.
2. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid bedoelde middelen, indien de verzekerde langdurig op het gebruik van deze middelen is aangewezen.
3. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen, indien sprake is van problemen bij het zitten, gaan zitten of met het opstaan en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen. Geen aanspraak bestaat indien uitsluitend sprake is van vetzucht, reuzen- of dwerggroei.
4. Op de in het eerste lid, onder b, bedoelde hulpmiddelen in een uitvoering met zwenkwielen, beremming of hoog/laag-mechanisme bestaat aanspraak indien het hulpmiddel op diverse plaatsen of met een verschillende werkhoogte moet worden gebruikt.
5. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder d tot en met g, bedoelde middelen, indien het gebruik strekt tot behoud van de zelfredzaamheid en met de verschaffing opname in een instelling wordt voorkomen, dan wel indien sprake is van een indicatie voor verpleging.
a. aan functiebeperkingen aangepaste tafels;
b. aan functiebeperkingen aangepaste stoelen, voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen; 1). sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte;
2). specifieke polstering;
3). abductiebalk;
4). arthrodese-zitting;
5). pelottes voor zijwaarste steun;
1). sta-opsysteem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit een stoel met een optimale zithoogte;
2). specifieke polstering;
3). abductiebalk;
4). arthrodese-zitting;
5). pelottes voor zijwaarste steun;
c. anti-decubituszitkussens;
d. bedden in speciale uitvoering met inbegrip van daarvoor bestemde matrassen;
e. anti-decubitusbedden, -matrassen en -overtrekken ter behandeling en ter preventie van decubitus;
f. dekenbogen, onrusthekken, bedgalgen, papegaaien en portalen;
g. bedverkorters en -verlengers.
2. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid bedoelde middelen, indien de verzekerde langdurig op het gebruik van deze middelen is aangewezen.
3. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen, indien sprake is van problemen bij het zitten, gaan zitten of met het opstaan en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen. Geen aanspraak bestaat indien uitsluitend sprake is van vetzucht, reuzen- of dwerggroei.
4. Op de in het eerste lid, onder b, bedoelde hulpmiddelen in een uitvoering met zwenkwielen, beremming of hoog/laag-mechanisme bestaat aanspraak indien het hulpmiddel op diverse plaatsen of met een verschillende werkhoogte moet worden gebruikt.
5. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder d tot en met g, bedoelde middelen, indien het gebruik strekt tot behoud van de zelfredzaamheid en met de verschaffing opname in een instelling wordt voorkomen, dan wel indien sprake is van een indicatie voor verpleging.