BWBR0007656
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 11
Regeling hulpmiddelen 1996
1. De in artikel 2, eerste lid, onder e, bedoelde middelen zijn:
a. corsetten voor afwijkingen aan de wervelkolom;
b. orthopedische beugelapparatuur;
c. verstevigde spalk-, redressie- of correctie-apparatuur voor langdurig gebruik, waarbij de versteviging een functioneel onderdeel vormt van de orthese en een therapeutische meerwaarde heeft ten opzichte van een niet verstevigde orthese, met dien verstande dat slechts aanspraak bestaat op een kniebrace indien sprake is van: 1º. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraalbanden zijn gescheurd;
2º. eenzijdige gonartrose, voorzover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand;
1º. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraalbanden zijn gescheurd;
2º. eenzijdige gonartrose, voorzover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand;
d. kappen ter bescherming van de schedel;
e. trachea canule;
f. stemprothesen of spraakversterkers, al dan niet gecombineerd;
g. breukbanden;
h. orthopedisch schoeisel en orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, als aangegeven in artikel 11a.
2. Geen aanspraak op de in het eerste lid, onder c, bedoelde apparatuur bestaat, indien sprake is van preventief gebruik in verband met het beoefenen van sport.
3. Aanspraak op het in het eerste lid, onder d, bedoelde middel bestaat indien er sprake is van een schedeldefect of indien door frequente evenwichts- of bewustzijnsstoornissen grote kans op vallen bestaat.
a. corsetten voor afwijkingen aan de wervelkolom;
b. orthopedische beugelapparatuur;
c. verstevigde spalk-, redressie- of correctie-apparatuur voor langdurig gebruik, waarbij de versteviging een functioneel onderdeel vormt van de orthese en een therapeutische meerwaarde heeft ten opzichte van een niet verstevigde orthese, met dien verstande dat slechts aanspraak bestaat op een kniebrace indien sprake is van: 1º. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraalbanden zijn gescheurd;
2º. eenzijdige gonartrose, voorzover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand;
1º. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraalbanden zijn gescheurd;
2º. eenzijdige gonartrose, voorzover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand;
d. kappen ter bescherming van de schedel;
e. trachea canule;
f. stemprothesen of spraakversterkers, al dan niet gecombineerd;
g. breukbanden;
h. orthopedisch schoeisel en orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, als aangegeven in artikel 11a.
2. Geen aanspraak op de in het eerste lid, onder c, bedoelde apparatuur bestaat, indien sprake is van preventief gebruik in verband met het beoefenen van sport.
3. Aanspraak op het in het eerste lid, onder d, bedoelde middel bestaat indien er sprake is van een schedeldefect of indien door frequente evenwichts- of bewustzijnsstoornissen grote kans op vallen bestaat.