BWBR0007656
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 26
Regeling hulpmiddelen 1996
1. De in artikel 2, eerste lid, onder t, bedoelde middelen zijn:
a. computers met bijbehorende apparatuur voor lichamelijk gehandicapten;
b. schrijfmachines voor gehandicapten;
c. rekenmachines in een uitvoering, aangepast aan een lichamelijke handicap;
d. invoer- en uitvoerapparatuur en de daartoe benodigde programmatuur, noodzakelijke upgrades daarvan en de gebruiksinstructie, alsmede accessoires voor computers, schrijfmachines en rekenmachines, aangepast aan een lichamelijke handicap;
e. computerprogrammatuur voor grootlettersystemen voor visueel gehandicapten;
f. bladomslagapparatuur;
g. opname- en voorleesapparatuur voor gehandicapten: 1°. memorecorders voor visueel gehandicapten;
2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten;
3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
1°. memorecorders voor visueel gehandicapten;
2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten;
3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
h. telefoons en telefoneerhulpmiddelen: 1). hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers;
2). telefoonhoornhouders;
3). met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons;
4°. teksttelefoons, faxapparatuur dan wel beeldtelefoons voor auditief gehandicapten;
1). hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers;
2). telefoonhoornhouders;
3). met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons;
4°. teksttelefoons, faxapparatuur dan wel beeldtelefoons voor auditief gehandicapten;
i. spraakvervangende hulpmiddelen bij een ernstige spraakhandicap;
j. signaleringsapparatuur en alarmeringssystemen: wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten;
persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten.
wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten;
persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten.
2. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor informatie en communicatie of bediening van huishoudelijke hulpmiddelen geheel of nagenoeg geheel op deze middelen is aangewezen.
3. Aanspraak op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor het onderhouden van maatschappelijke kontakten nagenoeg op deze middelen is aangewezen.
4. Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 8.
5. Aanspraak op de in het eerste lid onderdeel j, onder 1, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 9.
6. Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel j, onder 2, bedoelde middelen bestaat, indien de lichamelijk gehandicapte in een verhoogde risicosituatie verkeert.
7. Indien de aanschaffingskosten van faxapparatuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, hoger zijn dan € 93,50 is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag.
a. computers met bijbehorende apparatuur voor lichamelijk gehandicapten;
b. schrijfmachines voor gehandicapten;
c. rekenmachines in een uitvoering, aangepast aan een lichamelijke handicap;
d. invoer- en uitvoerapparatuur en de daartoe benodigde programmatuur, noodzakelijke upgrades daarvan en de gebruiksinstructie, alsmede accessoires voor computers, schrijfmachines en rekenmachines, aangepast aan een lichamelijke handicap;
e. computerprogrammatuur voor grootlettersystemen voor visueel gehandicapten;
f. bladomslagapparatuur;
g. opname- en voorleesapparatuur voor gehandicapten: 1°. memorecorders voor visueel gehandicapten;
2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten;
3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
1°. memorecorders voor visueel gehandicapten;
2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten;
3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
h. telefoons en telefoneerhulpmiddelen: 1). hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers;
2). telefoonhoornhouders;
3). met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons;
4°. teksttelefoons, faxapparatuur dan wel beeldtelefoons voor auditief gehandicapten;
1). hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers;
2). telefoonhoornhouders;
3). met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons;
4°. teksttelefoons, faxapparatuur dan wel beeldtelefoons voor auditief gehandicapten;
i. spraakvervangende hulpmiddelen bij een ernstige spraakhandicap;
j. signaleringsapparatuur en alarmeringssystemen: wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten;
persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten.
wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten;
persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten.
2. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor informatie en communicatie of bediening van huishoudelijke hulpmiddelen geheel of nagenoeg geheel op deze middelen is aangewezen.
3. Aanspraak op de in het eerste lid, onder b, bedoelde middelen bestaat indien de lichamelijk gehandicapte voor het onderhouden van maatschappelijke kontakten nagenoeg op deze middelen is aangewezen.
4. Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 8.
5. Aanspraak op de in het eerste lid onderdeel j, onder 1, bedoelde middelen bestaat, indien er sprake is van een indicatie als vermeld in bijlage 9.
6. Aanspraak op de in het eerste lid, onderdeel j, onder 2, bedoelde middelen bestaat, indien de lichamelijk gehandicapte in een verhoogde risicosituatie verkeert.
7. Indien de aanschaffingskosten van faxapparatuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, onder 4, hoger zijn dan € 93,50 is de verzekerde een bijdrage verschuldigd ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag.