BWBR0007656
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 11a
Regeling hulpmiddelen 1996
1. De hulpmiddelen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel h, zijn:
a. volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel;
b. volledig individueel vervaardigde orthopedische binnenschoenen;
c. semi-orthopedisch schoeisel met individuele aanpassing;
d. orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, tenzij het uitsluitend een verhoging betreft van de gehele buitenzool van minder dan 3 cm.
2. Aanspraak op de in het eerste lid genoemde hulpmiddelen bestaat indien sprake is van een indicatie, vermeld in bijlage 1 van deze regeling, en de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met confectieschoenen.
3. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde hulpmiddelen bestaat indien niet kan worden volstaan met semi-orthopedisch schoeisel of een voorziening aan confectieschoenen.
4. De verzekerde is voor hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, een bijdrage verschuldigd van € 113,00 per paar. Indien de verzekerde jonger is dan 16 jaren, is hij € 56,50 per paar verschuldigd.
a. volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel;
b. volledig individueel vervaardigde orthopedische binnenschoenen;
c. semi-orthopedisch schoeisel met individuele aanpassing;
d. orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, tenzij het uitsluitend een verhoging betreft van de gehele buitenzool van minder dan 3 cm.
2. Aanspraak op de in het eerste lid genoemde hulpmiddelen bestaat indien sprake is van een indicatie, vermeld in bijlage 1 van deze regeling, en de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met confectieschoenen.
3. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, bedoelde hulpmiddelen bestaat indien niet kan worden volstaan met semi-orthopedisch schoeisel of een voorziening aan confectieschoenen.
4. De verzekerde is voor hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onder a en c, een bijdrage verschuldigd van € 113,00 per paar. Indien de verzekerde jonger is dan 16 jaren, is hij € 56,50 per paar verschuldigd.