BWBR0007656
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 14b
Regeling hulpmiddelen 1996
1. De middelen bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder e, zijn:
a. wegwerpinlegluiers voor incontinentie;
b. wegwerpluierbroeken voor incontinentie;
c. wasbare inlegluiers en luierbroeken voor incontinentie;
d. anaaltampons;
e. beschermende onderleggers.
2. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen bestaat vanaf de leeftijd van vijf jaren en indien sprake is van:
a. incontinentie voor faeces die langer bestaat dan twee weken;
b. incontinentie voor urine die langer bestaat dan twee maanden;
c. ter ondersteuning van bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining ten laste van de ziekenfondsverzekering voor de behandeling van urine-incontinentie voor de duur van deze therapie;
d. ziektebeelden waarvan mag worden aangenomen dat incontinentie niet vanzelf geneest of waarbij bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining niet zullen helpen.
3. In afwijking van het tweede lid bestaat aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen vanaf de leeftijd van drie jaren indien sprake is van een niet-fysiologische vorm van incontinentie.
4. Geen aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder a, b en c genoemde middelen indien sprake is van enuresis nocturna.
5. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder e, genoemde middelen indien het verlies van bloed, exsudaat, vocht, urine of faeces dusdanige hygiënische problemen oplevert dat deze slechts door het gebruik van bedbeschermende onderleggers kunnen worden ondervangen.
a. wegwerpinlegluiers voor incontinentie;
b. wegwerpluierbroeken voor incontinentie;
c. wasbare inlegluiers en luierbroeken voor incontinentie;
d. anaaltampons;
e. beschermende onderleggers.
2. Aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen bestaat vanaf de leeftijd van vijf jaren en indien sprake is van:
a. incontinentie voor faeces die langer bestaat dan twee weken;
b. incontinentie voor urine die langer bestaat dan twee maanden;
c. ter ondersteuning van bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining ten laste van de ziekenfondsverzekering voor de behandeling van urine-incontinentie voor de duur van deze therapie;
d. ziektebeelden waarvan mag worden aangenomen dat incontinentie niet vanzelf geneest of waarbij bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining niet zullen helpen.
3. In afwijking van het tweede lid bestaat aanspraak op de in het eerste lid, onder a, b en c, bedoelde middelen vanaf de leeftijd van drie jaren indien sprake is van een niet-fysiologische vorm van incontinentie.
4. Geen aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder a, b en c genoemde middelen indien sprake is van enuresis nocturna.
5. Aanspraak bestaat op de in het eerste lid, onder e, genoemde middelen indien het verlies van bloed, exsudaat, vocht, urine of faeces dusdanige hygiënische problemen oplevert dat deze slechts door het gebruik van bedbeschermende onderleggers kunnen worden ondervangen.