BWBR0007258
Geldig vanaf 2004-11-22
Artikel 49
Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995
1. De Regeling toelating bestrijdingsmiddelen wordt ingetrokken.
2. Op aanvragen ingediend voor inwerkingtreding van deze regeling zijn de bepalingen van toepassing zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling golden op grond van de Regeling toelating bestrijdingsmiddelen, indien is voldaan aan de voor het in behandeling nemen van de betreffende aanvraag geldende vereisten. Voor aanvragen ingediend voor 7 februari 1994 die bij in werking treding van deze regeling nog niet in behandeling zijn genomen zijn geen bedragen verschuldigd als bedoeld in artikel 38.
3. Indien een toelating eindigt op een datum gelegen tussen 1 maart 1995 en 1 juli 1995 kan het college de toelating verlengen voor de duur die benodigd is voor indiening van een aanvraag tot verlenging van de toelating alsmede de besluitvorming op deze aanvraag. Het college stelt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de aanvraag moet zijn ingediend.
4. Artikel 7, derde lid, is niet van toepassing op toelatingen die eindigen op een datum gelegen tussen 1 juli 1995 en 1 januari 1997. Aanvragen tot verlenging van de in de eerste volzin bedoelde toelatingen worden ingediend voor een door het college in redelijkheid te bepalen datum.
5. De benoemingen van de leden en plaatsvervangend leden van het college op grond van de Regeling toelating bestrijdingsmiddelen worden geacht te berusten op artikel 2, derde lid, van deze regeling.
6. De bij inwerkingtreding van deze regeling op grond van de in het eerste lid bedoelde regeling bestaande verplichtingen blijven in stand.
2. Op aanvragen ingediend voor inwerkingtreding van deze regeling zijn de bepalingen van toepassing zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling golden op grond van de Regeling toelating bestrijdingsmiddelen, indien is voldaan aan de voor het in behandeling nemen van de betreffende aanvraag geldende vereisten. Voor aanvragen ingediend voor 7 februari 1994 die bij in werking treding van deze regeling nog niet in behandeling zijn genomen zijn geen bedragen verschuldigd als bedoeld in artikel 38.
3. Indien een toelating eindigt op een datum gelegen tussen 1 maart 1995 en 1 juli 1995 kan het college de toelating verlengen voor de duur die benodigd is voor indiening van een aanvraag tot verlenging van de toelating alsmede de besluitvorming op deze aanvraag. Het college stelt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de aanvraag moet zijn ingediend.
4. Artikel 7, derde lid, is niet van toepassing op toelatingen die eindigen op een datum gelegen tussen 1 juli 1995 en 1 januari 1997. Aanvragen tot verlenging van de in de eerste volzin bedoelde toelatingen worden ingediend voor een door het college in redelijkheid te bepalen datum.
5. De benoemingen van de leden en plaatsvervangend leden van het college op grond van de Regeling toelating bestrijdingsmiddelen worden geacht te berusten op artikel 2, derde lid, van deze regeling.
6. De bij inwerkingtreding van deze regeling op grond van de in het eerste lid bedoelde regeling bestaande verplichtingen blijven in stand.