BWBR0007258
Geldig vanaf 2004-11-22
Artikel 41
Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995
1. De in artikel 4, zevende lid, van de wetbedoelde vergoeding is jaarlijks verschuldigd met ingang van 1 oktober en bedraagt voor de duur van de toelating van:
a. gewasbeschermingsmiddelen: € 1 154,87;
b. biocide: € 716,97;
2. De betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag geschiedt aan het college binnen één maand na dagtekening van het verzoek tot betaling op de bij het verzoek aangegeven wijze.
3. Indien het college overeenkomstig artikel 4b van de wetbedragen heeft vastgesteld en bekendgemaakt met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid, treden die bedragen in de plaats van de in het eerste lid bedoelde bedragen met ingang van het tijdstip waarop de overeenkomstig artikel 4b van de wetvastgestelde bedragen ingevolge het betrokken besluit van het college van kracht zijn.
a. gewasbeschermingsmiddelen: € 1 154,87;
b. biocide: € 716,97;
2. De betaling van het in het eerste lid bedoelde bedrag geschiedt aan het college binnen één maand na dagtekening van het verzoek tot betaling op de bij het verzoek aangegeven wijze.
3. Indien het college overeenkomstig artikel 4b van de wetbedragen heeft vastgesteld en bekendgemaakt met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid, treden die bedragen in de plaats van de in het eerste lid bedoelde bedragen met ingang van het tijdstip waarop de overeenkomstig artikel 4b van de wetvastgestelde bedragen ingevolge het betrokken besluit van het college van kracht zijn.