BWBR0007258
Geldig vanaf 2004-11-22
Artikel 26
Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995
1. Indien degene, die de inlichtingen, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de wet, heeft ingewonnen, met degenen omtrent wie de inlichtingen zijn verstrekt niet tot overeenstemming geraakt over verwijzing naar dan wel uitwisseling van de betrokken gegevens waaraan dierproeven ten grondslag liggen, kan hij het overleggen van deze gegevens achterwege laten indien:
a. hij hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden heeft gedaan teneinde tot overeenstemming te geraken, hetgeen moet blijken uit door hem aan het college overgelegde bescheiden, en
b. hij een door het college overeenkomstig het tweede lid vastgestelde geldsom heeft betaald op de wijze als in het derde lid aangegeven.
2. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde geldsom wordt berekend als volgt:
a. op de kosten die door degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd zijn gemaakt voor de verwerving van de betrokken gegevens wordt in mindering gebracht hetgeen reeds eerder door hem aan vergoedingen is ontvangen;
b. op het resterende bedrag wordt in mindering gebracht, indien op de betrokken gegevens de termijn van 10 jaar, bedoeld in artikel 24, onderdeel c, van toepassing is, tien procent van het resterende bedrag vermenigvuldigd met het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds het betrokken middel is toegelaten, dan wel, indien op de betrokken gegevens de termijn van 5 jaar, bedoeld in artikel 24, onderdeel d, van toepassing is, twintig procent van het resterende bedrag vermenigvuldigd met het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds de betrokken toelating is verlengd of gewijzigd;
c. op het dan resterende bedrag wordt de helft van dit bedrag in mindering gebracht;
d. tenslotte wordt het daarna resterende bedrag verhoogd met het bedrag, bedoeld in artikel 43.
3. De geldsom, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald aan het college. Het college betaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst daarvan de geldsom onder aftrek van het bedrag, bedoeld in artikel 43, aan degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd.
4. Ten behoeve van de in het tweede lid bedoelde berekening verschaft degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd de volgende bescheiden aan het college:
a. een naar waarheid ingevulde verklaring betreffende de voor de verwerving van de betrokken gegevens gemaakte kosten alsmede de reeds eerder voor deze gegevens ontvangen vergoedingen;
b. op deze kosten en vergoedingen betrekking hebbende betalingsbewijzen dan wel een verklaring afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in onderdeel a bedoelde verklaring.
5. De in het vierde lid bedoelde bescheiden worden aan het college verschaft binnen acht weken na het daartoe strekkende verzoek. Indien de bescheiden niet binnen deze termijn worden verschaft, kan degene die de inlichtingen heeft ingewonnen volstaan met een verwijzing naar de betrokken gegevens, nadat hij het op grond van artikel 43verschuldigde bedrag heeft betaald aan het college.
a. hij hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden heeft gedaan teneinde tot overeenstemming te geraken, hetgeen moet blijken uit door hem aan het college overgelegde bescheiden, en
b. hij een door het college overeenkomstig het tweede lid vastgestelde geldsom heeft betaald op de wijze als in het derde lid aangegeven.
2. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde geldsom wordt berekend als volgt:
a. op de kosten die door degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd zijn gemaakt voor de verwerving van de betrokken gegevens wordt in mindering gebracht hetgeen reeds eerder door hem aan vergoedingen is ontvangen;
b. op het resterende bedrag wordt in mindering gebracht, indien op de betrokken gegevens de termijn van 10 jaar, bedoeld in artikel 24, onderdeel c, van toepassing is, tien procent van het resterende bedrag vermenigvuldigd met het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds het betrokken middel is toegelaten, dan wel, indien op de betrokken gegevens de termijn van 5 jaar, bedoeld in artikel 24, onderdeel d, van toepassing is, twintig procent van het resterende bedrag vermenigvuldigd met het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds de betrokken toelating is verlengd of gewijzigd;
c. op het dan resterende bedrag wordt de helft van dit bedrag in mindering gebracht;
d. tenslotte wordt het daarna resterende bedrag verhoogd met het bedrag, bedoeld in artikel 43.
3. De geldsom, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald aan het college. Het college betaalt zo spoedig mogelijk na ontvangst daarvan de geldsom onder aftrek van het bedrag, bedoeld in artikel 43, aan degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd.
4. Ten behoeve van de in het tweede lid bedoelde berekening verschaft degene die de betrokken gegevens heeft overgelegd de volgende bescheiden aan het college:
a. een naar waarheid ingevulde verklaring betreffende de voor de verwerving van de betrokken gegevens gemaakte kosten alsmede de reeds eerder voor deze gegevens ontvangen vergoedingen;
b. op deze kosten en vergoedingen betrekking hebbende betalingsbewijzen dan wel een verklaring afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de in onderdeel a bedoelde verklaring.
5. De in het vierde lid bedoelde bescheiden worden aan het college verschaft binnen acht weken na het daartoe strekkende verzoek. Indien de bescheiden niet binnen deze termijn worden verschaft, kan degene die de inlichtingen heeft ingewonnen volstaan met een verwijzing naar de betrokken gegevens, nadat hij het op grond van artikel 43verschuldigde bedrag heeft betaald aan het college.