BWBR0007258
Geldig vanaf 2004-11-22
Artikel 15
Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1995
1. Een aanvraag tot aanwijzing van een werkzame stof als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de weten een aanvraag tot verlenging of wijziging van een zodanige aanwijzing wordt ingediend bij het college onder gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Bij inzending van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid zijn aanvraagkosten als bedoeld in artikel 37verschuldigd. Binnen twaalf weken na de ontvangst van zowel het aanvraagformulier als de verschuldigde aanvraagkosten wordt de aanvrager meegedeeld of de aanvraag in behandeling is genomen.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt niet in behandeling genomen indien:
a. de verschuldigde kosten, bedoeld in artikel 37, niet zijn voldaan;
b. het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld;
c. een of meer bij het formulier behorende gegevens en bescheiden dan wel vereiste zelfstandigheden niet zijn overgelegd;
d. de overgelegde gegevens, bescheiden of zelfstandigheden niet geacht kunnen worden te voldoen aan de eisen welke in de bij het formulier behorende instructie zijn neergelegd;
e. het formulier anderszins niet overeenkomstig de bij het formulier behorende instructie is ingevuld.
4. Nadat de aanvraag voor zover ingediend in het kader van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel in behandeling is genomen bericht het college zo spoedig mogelijk de aanvrager, dat hij het formulier met bijbehorende bescheiden dient toe te zenden aan de in de bijlage bij deze regelinggenoemde instanties. De aanvrager stelt het college onverwijld op de hoogte van de data waarop het formulier en de bijbehorende bescheiden door hem aan de in de eerste volzin bedoelde instanties zijn toegezonden.
5. Op aangeven van het college betaalt de aanvrager de op grond van artikel 38, derde lid, voor de beoordeling van de aanvraag verschuldigde kosten aan het college. Het college stelt, indien betaling uitblijft, de aanvrager in gebreke en geeft deze een redelijke termijn om alsnog de verschuldigde kosten te voldoen. Indien de aanvrager in gebreke blijft, wordt de behandeling van de aanvraag beëindigd.
6. Een aanvraag tot verlenging van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend ten minste 24 maanden voor het verstrijken van de periode waarvoor de aanwijzing geldt.
2. Bij inzending van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid zijn aanvraagkosten als bedoeld in artikel 37verschuldigd. Binnen twaalf weken na de ontvangst van zowel het aanvraagformulier als de verschuldigde aanvraagkosten wordt de aanvrager meegedeeld of de aanvraag in behandeling is genomen.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt niet in behandeling genomen indien:
a. de verschuldigde kosten, bedoeld in artikel 37, niet zijn voldaan;
b. het aanvraagformulier onvolledig is ingevuld;
c. een of meer bij het formulier behorende gegevens en bescheiden dan wel vereiste zelfstandigheden niet zijn overgelegd;
d. de overgelegde gegevens, bescheiden of zelfstandigheden niet geacht kunnen worden te voldoen aan de eisen welke in de bij het formulier behorende instructie zijn neergelegd;
e. het formulier anderszins niet overeenkomstig de bij het formulier behorende instructie is ingevuld.
4. Nadat de aanvraag voor zover ingediend in het kader van een toelating van een gewasbeschermingsmiddel in behandeling is genomen bericht het college zo spoedig mogelijk de aanvrager, dat hij het formulier met bijbehorende bescheiden dient toe te zenden aan de in de bijlage bij deze regelinggenoemde instanties. De aanvrager stelt het college onverwijld op de hoogte van de data waarop het formulier en de bijbehorende bescheiden door hem aan de in de eerste volzin bedoelde instanties zijn toegezonden.
5. Op aangeven van het college betaalt de aanvrager de op grond van artikel 38, derde lid, voor de beoordeling van de aanvraag verschuldigde kosten aan het college. Het college stelt, indien betaling uitblijft, de aanvrager in gebreke en geeft deze een redelijke termijn om alsnog de verschuldigde kosten te voldoen. Indien de aanvrager in gebreke blijft, wordt de behandeling van de aanvraag beëindigd.
6. Een aanvraag tot verlenging van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend ten minste 24 maanden voor het verstrijken van de periode waarvoor de aanwijzing geldt.