BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 42
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</a>, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/179" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 179 tot en met 182</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">184 van het Wetboek van Strafrecht</a>, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaren die in de uitoefening van hun taak kennis bekomen van een tuchtvergrijp als bedoeld in de artikelen 14en 15, doen daarvan onverwijld mededeling aan de krachtens artikel 29, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
4. Van een besluit als bedoeld in dit artikel wordt mededeling gedaan door plaatsing in de <em>Staatscourant</em>.
2. Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</a>, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/179" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 179 tot en met 182</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">184 van het Wetboek van Strafrecht</a>, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaren die in de uitoefening van hun taak kennis bekomen van een tuchtvergrijp als bedoeld in de artikelen 14en 15, doen daarvan onverwijld mededeling aan de krachtens artikel 29, eerste lid, aangewezen ambtenaar.
4. Van een besluit als bedoeld in dit artikel wordt mededeling gedaan door plaatsing in de <em>Staatscourant</em>.