BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 16
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. De maatregelen die op grond van de artikelen 14en 15kunnen worden opgelegd, zijn:
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. geldboete van de derde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
d. geldboete van de vierde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximumbedrag van de geldboete dat op grond van onderdeel c, kan worden opgelegd;
e. gehele of gedeeltelijke schorsing voor ten hoogste een jaar van een dierenarts, para-veterinair, dierverloskundige of kastreur in de hem bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde;
f. gehele of gedeeltelijke ontzegging aan een dierenarts, para-veterinair, dierverloskundige of kastreur van de hem bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde.
2. De in het eerste lid, onder c en d, vermelde maatregelen kunnen gelijktijdig worden opgelegd met een van de maatregelen, genoemd onder e en f.
3. Bij oplegging van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, onder a tot en met e, kan tevens worden bevolen dat de beslissing in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan in de beslissing aangewezen tijdschriften of nieuwsbladen ter bekendmaking zal worden aangeboden, al dan niet met weglating van de namen of de woonplaatsen van de daarin genoemde personen, alsmede van andere gegevens welke omtrent die personen aanwijzingen bevatten.
4. Een beslissing waarbij de maatregel, vermeld in het eerste lid, onder f, is opgelegd, wordt steeds bekendgemaakt op de in het derde lid omschreven wijze.
5. De geldboete komt toe aan de Staat. Degene aan wie een boete is opgelegd, wordt door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete te betalen.
6. Indien de schuldenaar in gebreke blijft, kan de invordering van de verschuldigde geldboete geschieden bij een door de ambtenaar uit te vaardigen dwangbevel.
7. De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wetmet toepassing van de artikelen 13en 14van die wet.
8. Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990alsmede verrekenen op grond van artikel 24van die wet.
9. Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
10. Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn de artikelen 6en 7 van de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing.
a. waarschuwing;
b. berisping;
c. geldboete van de derde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
d. geldboete van de vierde categorie als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, indien de waarde van de goederen, met betrekking tot welke een overtreding is begaan, of de waarde van het wederrechtelijk genoten voordeel dat geheel of gedeeltelijk door middel van de overtreding is verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximumbedrag van de geldboete dat op grond van onderdeel c, kan worden opgelegd;
e. gehele of gedeeltelijke schorsing voor ten hoogste een jaar van een dierenarts, para-veterinair, dierverloskundige of kastreur in de hem bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde;
f. gehele of gedeeltelijke ontzegging aan een dierenarts, para-veterinair, dierverloskundige of kastreur van de hem bij of krachtens deze wet verleende bevoegdheid tot uitoefening van de diergeneeskunde.
2. De in het eerste lid, onder c en d, vermelde maatregelen kunnen gelijktijdig worden opgelegd met een van de maatregelen, genoemd onder e en f.
3. Bij oplegging van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, onder a tot en met e, kan tevens worden bevolen dat de beslissing in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en aan in de beslissing aangewezen tijdschriften of nieuwsbladen ter bekendmaking zal worden aangeboden, al dan niet met weglating van de namen of de woonplaatsen van de daarin genoemde personen, alsmede van andere gegevens welke omtrent die personen aanwijzingen bevatten.
4. Een beslissing waarbij de maatregel, vermeld in het eerste lid, onder f, is opgelegd, wordt steeds bekendgemaakt op de in het derde lid omschreven wijze.
5. De geldboete komt toe aan de Staat. Degene aan wie een boete is opgelegd, wordt door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar bij gedagtekende brief uitgenodigd de verschuldigde geldboete te betalen.
6. Indien de schuldenaar in gebreke blijft, kan de invordering van de verschuldigde geldboete geschieden bij een door de ambtenaar uit te vaardigen dwangbevel.
7. De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wetmet toepassing van de artikelen 13en 14van die wet.
8. Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990alsmede verrekenen op grond van artikel 24van die wet.
9. Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
10. Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn de artikelen 6en 7 van de Invorderingswet 1990van overeenkomstige toepassing.