BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 33
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Het veterinair tuchtcollege kan, hetzij ten verzoeke van de persoon over wie geklaagd is, hetzij ten verzoeke van de klager, hetzij ambtshalve, getuigen en deskundigen oproepen en horen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief. Ieder die als getuige of deskundige is opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven.
2. Verschijnt een getuige of een deskundige op de oproeping niet, dan doet de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen.
3. Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier van justitie, bedoeld in het vorige lid, op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging.
4. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/556" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
5. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen hun diensten als zodanig te verlenen.
6. Ten aanzien van getuigen en deskundigen zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217-219 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
7. De getuigen en deskundigen ontvangen desverkiezende op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling overeenkomstig het bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002406" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in strafzaken</a>( <em>Stb.</em>1963, 130) bepaalde.
2. Verschijnt een getuige of een deskundige op de oproeping niet, dan doet de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen.
3. Verschijnt een getuige of deskundige op de dagvaarding niet, dan doet de officier van justitie, bedoeld in het vorige lid, op verzoek van het veterinair tuchtcollege hem andermaal dagvaarden, desverzocht met bevel tot medebrenging.
4. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/556" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
5. De getuigen zijn verplicht getuigenis af te leggen, de deskundigen hun diensten als zodanig te verlenen.
6. Ten aanzien van getuigen en deskundigen zijn de <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/217" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 217-219 van het Wetboek van Strafvordering</a>van overeenkomstige toepassing.
7. De getuigen en deskundigen ontvangen desverkiezende op vertoon van hun oproeping of dagvaarding schadeloosstelling overeenkomstig het bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0002406" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in strafzaken</a>( <em>Stb.</em>1963, 130) bepaalde.