BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 21
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Tussen de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris mag niet bestaan de verhouding van echtgenoten, geregistreerde partners” “partners”” moet zijn “partners,”bloed- en aanverwanten tot de derde graad ingesloten, een maatschap of ander duurzaam samenwerkingsverband tot het uitoefenen van de diergeneeskunde of de verhouding van werkgever tot werknemer.
2. Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap eerst mocht worden aangegaan na de benoeming, zal de jongstbenoemde der echtgenoten of geregistreerde partners zijn ambt niet kunnen behouden.
3. Indien de aanverwantschap eerst mocht zijn ontstaan na de benoeming, zal degene, die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, behoudens door Onze Ministers te verlenen vergunning.
4. De aanverwantschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk dat haar veroorzaakte.
2. Indien het huwelijk of het geregistreerd partnerschap eerst mocht worden aangegaan na de benoeming, zal de jongstbenoemde der echtgenoten of geregistreerde partners zijn ambt niet kunnen behouden.
3. Indien de aanverwantschap eerst mocht zijn ontstaan na de benoeming, zal degene, die haar veroorzaakte, zijn ambt niet kunnen behouden, behoudens door Onze Ministers te verlenen vergunning.
4. De aanverwantschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk dat haar veroorzaakte.