BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 10
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Onze Minister draagt zorg dat dierenartsen, dierverloskundigen en kastreurs die werkzaam zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde, worden ingeschreven in een register van praktizerende dierenartsen, onderscheidenlijk een register van dierverloskundigen en kastreurs.
2. Inschrijving vindt echter niet plaats zolang de betrokkene krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke of tuchtrechtelijke beslissing de bevoegdheid tot de uitoefening van de diergeneeskunde mist.
3. Een inschrijving wordt doorgehaald, indien de betrokkene in de in het tweede lid genoemde omstandigheid is komen te verkeren dan wel anderszins is opgehouden werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
4. In het register worden ten minste de naam van de dierenarts, dierverloskundige of kastreur en het adres of de adressen waar deze de praktijk uitoefent, vermeld alsmede de aard van de praktijk.
5. Onze Minister stelt regelen omtrent:
a. de inrichting van het register;
b. de wijze waarop kennis kan worden genomen van de in het register opgenomen gegevens.
2. Inschrijving vindt echter niet plaats zolang de betrokkene krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke of tuchtrechtelijke beslissing de bevoegdheid tot de uitoefening van de diergeneeskunde mist.
3. Een inschrijving wordt doorgehaald, indien de betrokkene in de in het tweede lid genoemde omstandigheid is komen te verkeren dan wel anderszins is opgehouden werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
4. In het register worden ten minste de naam van de dierenarts, dierverloskundige of kastreur en het adres of de adressen waar deze de praktijk uitoefent, vermeld alsmede de aard van de praktijk.
5. Onze Minister stelt regelen omtrent:
a. de inrichting van het register;
b. de wijze waarop kennis kan worden genomen van de in het register opgenomen gegevens.