BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 23
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. De voorzitter is bevoegd ambtshalve aan de leden en hun plaatsvervangers, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen of die zich schuldig maken aan overtreding van artikel 24, de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord.
2. De voorzitter van het veterinair beroepscollege, bedoeld in artikel 26, heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het veterinair tuchtcollege en diens plaatsvervangers.
2. De voorzitter van het veterinair beroepscollege, bedoeld in artikel 26, heeft gelijke bevoegdheid ten aanzien van de voorzitter van het veterinair tuchtcollege en diens plaatsvervangers.