BWBR0004730
Geldig vanaf 1992-08-01
Artikel 28
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Het veterinair tuchtcollege houdt zitting in een samenstelling bestaande uit vijf leden, te weten de voorzitter, alsmede:
a. indien de klacht gericht is tegen een dierenarts: vier dierenartsen;
b. indien de klacht is gericht tegen een para-veterinair: twee para-veterinairen en twee dierenartsen;
c. indien de klacht gericht is tegen een dierverloskundige: twee dierverloskundigen en twee dierenartsen;
d. indien de klacht gericht is tegen een kastreur: twee kastreurs en twee dierenartsen.
2. Bij ontstentenis van benoemde dierverloskundigen of kastreurs, kunnen dierenartsen zitting nemen in plaats van een dierverloskundige onderscheidenlijk een kastreur.
a. indien de klacht gericht is tegen een dierenarts: vier dierenartsen;
b. indien de klacht is gericht tegen een para-veterinair: twee para-veterinairen en twee dierenartsen;
c. indien de klacht gericht is tegen een dierverloskundige: twee dierverloskundigen en twee dierenartsen;
d. indien de klacht gericht is tegen een kastreur: twee kastreurs en twee dierenartsen.
2. Bij ontstentenis van benoemde dierverloskundigen of kastreurs, kunnen dierenartsen zitting nemen in plaats van een dierverloskundige onderscheidenlijk een kastreur.