BWBR0004730
Geldig vanaf 01-10-1992
Artikel 26
Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990
1. Er is een veterinair beroepscollege dat is gevestigd te 's-Gravenhage.
2. Het veterinair beroepscollege is, onverminderd het in artikel 27 bepaalde, belast met de behandeling in beroep van zaken, de artikelen 14 en 15 betreffende.
3. Het veterinair beroepscollege bestaat uit de volgende leden:
a. drie rechtsgeleerden waarvan één voorzitter is;
b. twee dierenartsen en een door Onze Ministers te bepalen aantal para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs.
4. De in het derde lid bedoelde dierenartsen, para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs dienen werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
5. Het lidmaatschap van het veterinair beroepscollege is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het veterinair tuchtcollege. Het bepaalde in de artikelen 20-23, eerste lid, 24 en 25 is van overeenkomstige toepassing.
2. Het veterinair beroepscollege is, onverminderd het in artikel 27 bepaalde, belast met de behandeling in beroep van zaken, de artikelen 14 en 15 betreffende.
3. Het veterinair beroepscollege bestaat uit de volgende leden:
a. drie rechtsgeleerden waarvan één voorzitter is;
b. twee dierenartsen en een door Onze Ministers te bepalen aantal para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs.
4. De in het derde lid bedoelde dierenartsen, para-veterinairen, dierverloskundigen en kastreurs dienen werkzaam te zijn op het gebied van de uitoefening van de diergeneeskunde.
5. Het lidmaatschap van het veterinair beroepscollege is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het veterinair tuchtcollege. Het bepaalde in de artikelen 20-23, eerste lid, 24 en 25 is van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004730
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl