BWBR0004607
Geldig vanaf 30-12-1997
Artikel 269
Vissersvaartuigenbesluit
1. Voor zover in dit hoofdstuk radiotoestellen zijn genoemd, die niet behoren tot de eigenlijke radiotelegrafie- of radiotelefonie-installatie en waarbij niet in het bijzonder is aangegeven dat daarvoor reserve-onderdelen en gereedschappen aan boord dienen te worden meegevoerd, moeten de in artikel 257, negende lid en artikel 266, zevende lid, voor radiotelegraaf- onderscheidenlijk radiotelefoonstations voorgeschreven reserve-onderdelen en gereedschappen tevens die omvatten, welke naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie voor het buitengaats onderhouden van de goede werking van bedoelde radiotoestellen nodig zijn.
2. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van niet in dit hoofdstuk genoemde radiotoestellen, die als niet-voorgeschreven uitrusting aan boord van een vaartuig zijn geplaatst.
2. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van niet in dit hoofdstuk genoemde radiotoestellen, die als niet-voorgeschreven uitrusting aan boord van een vaartuig zijn geplaatst.
- Citeren als
- Art. 269
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004607
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl