BWBR0004607
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 268
Vissersvaartuigenbesluit
VHF radiotelefonie-installatie ... 1 De VHF radiotelefonie-installatie moet in het bovenste gedeelte van het vaartuig zijn opgesteld en moet omvatten een zender, een ontvanger, een krachtbron die deze zender en ontvanger op hun toelaatbare vermogens kan doen werken, en een antenne die geschikt is voor doeltreffende uitstraling en ontvangst van signalen op de frequenties waarop wordt gewerkt. Voorts moet worden voldaan aan het bepaalde in de volgende leden. 2 De in het bovenste gedeelte van het vaartuig opgestelde krachtbron bedoeld in het eerste lid, moet voldoende capaciteit hebben om de VHF radiotelefonie-installatie gedurende ten minste 6 uren te laten werken. 3 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan toestaan gebruik te maken van de reservekrachtbron voor de radiotelegrafie- of radiotelefonie-installatie, vermeld in artikel 258, dertiende lid, onderscheidenlijk artikel 267, tiende lid, om de VHF radiotelefonie-installatie te voeden. In dit geval moet de reservekrachtbron voldoende capaciteit hebben om de VHF radiotelefonie-installatie gedurende ten minste 6 uren gelijktijdig te laten werken met: 1°. de reserveradiotelegrafiezender en -ontvanger; of 2°. de radiotelefoniezender en -ontvanger; tenzij een schakelapparaat is aangebracht om te verzekeren dat zij slechts beurtelings werken. 4 De VHF radiotelefonie-installatie moet voldoen aan de eisen die in het Radioreglement zijn gesteld ten aanzien van apparatuur voor gebruik in de Maritieme Mobiele VHF Radiotelefoondienst en moet kunnen werken op de kanalen, aangegeven in het Radioreglement, en op de kanalen die nader kunnen worden voorgeschreven. 5 Het uitgangsvermogen van de draaggolf van de zender behoeft niet groter te zijn dan 10 Watt. Voorzover zulks praktisch uitvoerbaar is, moet de antenne een onbelemmerd zicht hebben in alle richtingen. 6 De VHF-kanalen bestemd voor de veiligheid van de navigatie moeten op de brug, op de plaats waar de navigatie-orders worden gegeven, kunnen worden bediend en waar nodig dienen zodanige voorzieningen te zijn getroffen dat vanaf de brugvleugels radioverbindingen kunnen worden onderhouden.