BWBR0004050
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 6
Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Degene die met betrekking tot een stof een kennisgeving heeft gedaan als bedoeld in artikel 2 of in artikel 3, dient, wanneer in een jaar 10 ton of meer van die stof per fabrikant, dan wel in totaal 50 ton of meer van die stof per fabrikant in Nederland is vervaardigd dan wel in de Europese Economische Ruimte, al dan niet verwerkt in een preparaat, aan een ander ter beschikking is gesteld of in Nederland is ingevoerd, dit zo spoedig mogelijk aan Onze Minister te melden.
2. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het in Nederland invoeren of het in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking stellen van een stof, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan degene die de kennisgeving heeft gedaan, opdragen aanvullende gegevens als bedoeld in artikel 7, binnen een door hem te bepalen termijn over te leggen. In geval twee of meer kennisgevingen zijn gedaan met betrekking tot het invoeren van een buiten de Europese Economische Ruimte door dezelfde fabrikant vervaardigde stof, kan Onze Minister daarbij bepalen dat degene die een zodanige kennisgeving heeft gedaan slechts gehouden is een daarbij aan te geven deel van de gegevens te verstrekken dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van de ingevoerde hoeveelheid.
3. Indien van een stof waarvoor een kennisgeving als bedoeld in artikel 2 of 3 is gedaan, de produktie, de invoer of het aan een ander ter beschikking stellen is beëindigd, dient de kennisgever zulks zo spoedig mogelijk aan Onze Minister te melden.
4. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regels stellen omtrent de wijze waarop de overlegging van de in de vorige leden bedoelde gegevens, alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder btot en met e, van de wet, moet geschieden.
2. Indien de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op het in Nederland invoeren of het in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking stellen van een stof, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan degene die de kennisgeving heeft gedaan, opdragen aanvullende gegevens als bedoeld in artikel 7, binnen een door hem te bepalen termijn over te leggen. In geval twee of meer kennisgevingen zijn gedaan met betrekking tot het invoeren van een buiten de Europese Economische Ruimte door dezelfde fabrikant vervaardigde stof, kan Onze Minister daarbij bepalen dat degene die een zodanige kennisgeving heeft gedaan slechts gehouden is een daarbij aan te geven deel van de gegevens te verstrekken dat wordt vastgesteld naar evenredigheid van de ingevoerde hoeveelheid.
3. Indien van een stof waarvoor een kennisgeving als bedoeld in artikel 2 of 3 is gedaan, de produktie, de invoer of het aan een ander ter beschikking stellen is beëindigd, dient de kennisgever zulks zo spoedig mogelijk aan Onze Minister te melden.
4. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regels stellen omtrent de wijze waarop de overlegging van de in de vorige leden bedoelde gegevens, alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder btot en met e, van de wet, moet geschieden.