BWBR0004050
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 2b
Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Bij een kennisgeving als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of artikel 2 a, eerste lid, kan, indien reeds eerder in de Europese Economische Ruimte overeenkomstig artikel 7, eerste lid, of 8, eerste lid, van de richtlijn kennisgeving is gedaan van dezelfde stof, worden verwezen naar de resultaten van onderzoeken en proeven met betrekking tot de fysisch-chemische eigenschappen, de toxiciteit en de milieutoxiciteit van de stof, die zijn gedaan ten behoeve van die eerdere kennisgeving. Degene die voornemens is kennisgeving te doen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, of in artikel 2 a, eerste lid, dient tevoren, in ieder geval voordat hij ten behoeve van de kennisgeving overgaat tot experimenten met gewervelde dieren, bij Onze Minister te informeren of van de stof waarvan hij kennisgeving wil doen, reeds eerder in de Europese Economische Ruimte kennisgeving is gedaan. Hij dient daartoe een verzoek in, waarbij hij zijn voornemen de stof in te voeren dan wel aan een ander ter beschikking te stellen aannemelijk maakt, en voorts gegevens overlegt met betrekking tot de hoeveelheden die hij wil invoeren of ter beschikking wil stellen.
2. Indien van de stof reeds eerder in Nederland of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ( Trb.1992, 132) kennisgeving is gedaan en geen toepassing is gegeven aan artikel 2, zesde lid, onderscheidenlijk degene die de kennisgeving heeft gedaan geen vrijstelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, derde alinea, onderdeel c, van de richtlijn heeft verkregen, deelt Onze Minister degene die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, de naam en het adres mede van degene die de oorspronkelijke kennisgeving heeft gedaan. Tevens deelt Onze Minister degene die de oorspronkelijke kennisgeving heeft gedaan, de naam en het adres mede van degene die het verzoek heeft gedaan.
3. Onze Minister kan nadere regels stellen over de uitwisseling van gegevens met betrekking tot de resultaten van onderzoeken en proeven ten behoeve van kennisgevingen.
2. Indien van de stof reeds eerder in Nederland of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte ( Trb.1992, 132) kennisgeving is gedaan en geen toepassing is gegeven aan artikel 2, zesde lid, onderscheidenlijk degene die de kennisgeving heeft gedaan geen vrijstelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, derde alinea, onderdeel c, van de richtlijn heeft verkregen, deelt Onze Minister degene die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, de naam en het adres mede van degene die de oorspronkelijke kennisgeving heeft gedaan. Tevens deelt Onze Minister degene die de oorspronkelijke kennisgeving heeft gedaan, de naam en het adres mede van degene die het verzoek heeft gedaan.
3. Onze Minister kan nadere regels stellen over de uitwisseling van gegevens met betrekking tot de resultaten van onderzoeken en proeven ten behoeve van kennisgevingen.