BWBR0004050
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 4
Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Het onderzoek dat ten behoeve van een kennisgeving als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt verricht, dient te worden uitgevoerd met toepassing van methoden, vastgelegd in bijlage V bij de richtlijn ( PbEG, 1984, L251), daaronder begrepen de toekomstige wijzigingen daarvan. Onze Minister bepaalt te zamen met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het tijdstip met ingang waarvan deze wijzigingen in werking treden. Elke wijziging en het tijdstip van in werking treden daarvan wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
2. Indien de in het eerste lid genoemde bijlage niet voorziet in een methode van onderzoek of indien een in die bijlage voorgeschreven methode om technische redenen niet toepasbaar is, dient een onderzoekmethode te worden toegepast, die is vastgesteld door de Raad van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling bij besluit van 12 mei 1981 (C(81)30, Final), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 juni 1984, daaronder begrepen de toekomstige wijzigingen daarvan. Onze Minister bepaalt te zamen met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het tijdstip met ingang waarvan deze wijzigingen in werking treden. Elke wijziging en het tijdstip van in werking treden daarvan worden bekend gemaakt in de Staatscourant.
3. Indien het in het tweede lid genoemde besluit niet in een methode van onderzoek voorziet of een daarin voorgeschreven methode om technische redenen niet toepasbaar is, dient, voor zover beschikbaar, het onderzoek te worden uitgevoerd met toepassing van een andere algemeen aanvaarde methode.
4. Onze Minister kan te zamen met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regelen stellen met betrekking tot het bepaalde in het eerste tot en met derde lid.
2. Indien de in het eerste lid genoemde bijlage niet voorziet in een methode van onderzoek of indien een in die bijlage voorgeschreven methode om technische redenen niet toepasbaar is, dient een onderzoekmethode te worden toegepast, die is vastgesteld door de Raad van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling bij besluit van 12 mei 1981 (C(81)30, Final), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 juni 1984, daaronder begrepen de toekomstige wijzigingen daarvan. Onze Minister bepaalt te zamen met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het tijdstip met ingang waarvan deze wijzigingen in werking treden. Elke wijziging en het tijdstip van in werking treden daarvan worden bekend gemaakt in de Staatscourant.
3. Indien het in het tweede lid genoemde besluit niet in een methode van onderzoek voorziet of een daarin voorgeschreven methode om technische redenen niet toepasbaar is, dient, voor zover beschikbaar, het onderzoek te worden uitgevoerd met toepassing van een andere algemeen aanvaarde methode.
4. Onze Minister kan te zamen met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nadere regelen stellen met betrekking tot het bepaalde in het eerste tot en met derde lid.