BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 2.28
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
Onverminderd artikel 1.6beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidieverlening, bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, indien:
a. de aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig, waarvoor eerder subsidie is verleend: 1°. op grond van de artikelen 2.2 of 2.24; of
2°. op grond van artikel 2.13, indien deze eerdere subsidieverlening geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;
1°. op grond van de artikelen 2.2 of 2.24; of
2°. op grond van artikel 2.13, indien deze eerdere subsidieverlening geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;
b. de te verlenen subsidie voor een vissersvaartuig minder dan € 15.000 zou bedragen;
c. De aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig dat niet was geregistreerd in het visserijregister: 1°. in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°; of
2°. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°.
1°. in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°; of
2°. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2021,
a. de aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig, waarvoor eerder subsidie is verleend: 1°. op grond van de artikelen 2.2 of 2.24; of
2°. op grond van artikel 2.13, indien deze eerdere subsidieverlening geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;
1°. op grond van de artikelen 2.2 of 2.24; of
2°. op grond van artikel 2.13, indien deze eerdere subsidieverlening geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021;
b. de te verlenen subsidie voor een vissersvaartuig minder dan € 15.000 zou bedragen;
c. De aanvraag om subsidieverlening betrekking heeft op een vissersvaartuig dat niet was geregistreerd in het visserijregister: 1°. in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°; of
2°. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°.
1°. in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2021, in het geval dit vissersvaartuig volgens deze aanvraag zou voldoen aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°; of
2°. in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 maart 2021,