BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 2.18
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
Onverminderd artikel 1.6, beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidie, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, indien:
a. het betreffende vissersvaartuig geen satellietvolgapparatuur heeft en: 1°. uit de logboekgegevens blijkt dat er in de stilligperiode visserijactiviteiten zijn geregistreerd;
2°. er geen verklaring van de havenmeester is waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in artikel 2.16, onderdeel a, in de haven heeft gelegen; en
3°. de verklaring van de havenmeester niet ondertekend is door zowel de havenmeester als de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig;
1°. uit de logboekgegevens blijkt dat er in de stilligperiode visserijactiviteiten zijn geregistreerd;
2°. er geen verklaring van de havenmeester is waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in artikel 2.16, onderdeel a, in de haven heeft gelegen; en
3°. de verklaring van de havenmeester niet ondertekend is door zowel de havenmeester als de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig;
b. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 10 van de verordening 508/2014;
c. de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.19; of
d. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 11, onderdelen a, b, d, e en f, van de verordening 508/2014.
a. het betreffende vissersvaartuig geen satellietvolgapparatuur heeft en: 1°. uit de logboekgegevens blijkt dat er in de stilligperiode visserijactiviteiten zijn geregistreerd;
2°. er geen verklaring van de havenmeester is waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in artikel 2.16, onderdeel a, in de haven heeft gelegen; en
3°. de verklaring van de havenmeester niet ondertekend is door zowel de havenmeester als de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig;
1°. uit de logboekgegevens blijkt dat er in de stilligperiode visserijactiviteiten zijn geregistreerd;
2°. er geen verklaring van de havenmeester is waaruit blijkt dat het betreffende vissersvaartuig de volledige ononderbroken stilligperiode, bedoeld in artikel 2.16, onderdeel a, in de haven heeft gelegen; en
3°. de verklaring van de havenmeester niet ondertekend is door zowel de havenmeester als de eigenaar van het betreffende vissersvaartuig;
b. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 10 van de verordening 508/2014;
c. de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.19; of
d. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 11, onderdelen a, b, d, e en f, van de verordening 508/2014.