BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 1.5
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
1. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening bevat in ieder geval:
a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder de naam van de subsidieaanvrager, het post- en bezoekadres, het rekeningnummer, of er sprake is van een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) en het nummer waaronder de onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres,
c. het CFR-nummer van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;
d. de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel f, en punt 4a van bijlage III bij de BAR-verordening;
e. een verklaring dat op de subsidieaanvrager geen van de in artikel 11, eerste en derde lid, van de EMFAF-verordening genoemde gevallen van toepassing is.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening bevat in ieder geval:
a. gegevens over de subsidieaanvrager, waaronder de naam van de subsidieaanvrager, het post- en bezoekadres, het rekeningnummer, of er sprake is van een kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) en het nummer waaronder de onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b. gegevens over de contactpersoon bij de subsidieaanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres,
c. het CFR-nummer van het vissersvaartuig ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;
d. de informatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel f, en punt 4a van bijlage III bij de BAR-verordening;
e. een verklaring dat op de subsidieaanvrager geen van de in artikel 11, eerste en derde lid, van de EMFAF-verordening genoemde gevallen van toepassing is.