BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 1.8
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
1. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
2. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de bij deze regeling gestelde regels zal worden voldaan.
3. De subsidieontvanger pleegt gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling geen van de overtredingen genoemd in artikel 11, eerste lid, van de EMFAF-verordening.
4. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
5. De administratie, bedoeld in het vierde lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
6. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.
7. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
8. De verplichtingen, bedoeld in het vierde tot en met zevende lid, berusten in het geval de subsidieontvanger een rechtspersoon is en deze wordt opgeheven, gedurende de in die leden genoemde periode bij de uiteindelijk begunstigden van de subsidie.
2. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de bij deze regeling gestelde regels zal worden voldaan.
3. De subsidieontvanger pleegt gedurende ten minste vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling geen van de overtredingen genoemd in artikel 11, eerste lid, van de EMFAF-verordening.
4. De subsidieontvanger voert een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden dat de subsidieontvanger voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen.
5. De administratie, bedoeld in het vierde lid, wordt tot tien jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling bewaard.
6. De subsidieontvanger verleent de auditautoriteit, de Europese Commissie of de Europese Rekenkamer alle medewerking die deze redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun taken.
7. De subsidieontvanger verleent gedurende vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de aan hem verleende subsidie, voor zover medewerking redelijkerwijs van hem kan worden verlangd.
8. De verplichtingen, bedoeld in het vierde tot en met zevende lid, berusten in het geval de subsidieontvanger een rechtspersoon is en deze wordt opgeheven, gedurende de in die leden genoemde periode bij de uiteindelijk begunstigden van de subsidie.