BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 2.26
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
1. Onverminderd artikel 1.5bevat een aanvraag om subsidieverlening:
a. beknopte informatie waaruit volgt aan welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, het desbetreffende vissersvaartuig voldoet;
b. een verklaring van de subsidieaanvrager over of er een uitkering door een verzekeringsmaatschappij is verleend of naar verwachting zal worden verleend voor de vergoeding van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, en, voor zo ver van toepassing, wat de hoogte van deze uitkering bedraagt of naar verwachting zal bedragen.
2. Onverminderd artikel 1.5, gaat een aanvraag om subsidieverlening vergezeld van:
a. een rapport van feitelijke bevindingen dat is opgesteld door een erkende accountant en gebruikt kan worden bij de beoordeling van de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, aanhef en subonderdeel 1° of 2°, waaruit ten minste blijkt welke omzet bij het verrichten van visserijactiviteiten met het vissersvaartuig behaald werd in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 en: 1°. welke omzet behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. welke omzet in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
1°. welke omzet behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. welke omzet in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
b. verkoopdocumenten, waaruit volgt dat het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, voor zover de logboek gegevens onvoldoende informatie bevatten over de hoeveelheid aangelande vis van een vissersvaartuig in 2019.
a. beknopte informatie waaruit volgt aan welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, het desbetreffende vissersvaartuig voldoet;
b. een verklaring van de subsidieaanvrager over of er een uitkering door een verzekeringsmaatschappij is verleend of naar verwachting zal worden verleend voor de vergoeding van het inkomensverlies, bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, en, voor zo ver van toepassing, wat de hoogte van deze uitkering bedraagt of naar verwachting zal bedragen.
2. Onverminderd artikel 1.5, gaat een aanvraag om subsidieverlening vergezeld van:
a. een rapport van feitelijke bevindingen dat is opgesteld door een erkende accountant en gebruikt kan worden bij de beoordeling van de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel a, aanhef en subonderdeel 1° of 2°, waaruit ten minste blijkt welke omzet bij het verrichten van visserijactiviteiten met het vissersvaartuig behaald werd in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 en: 1°. welke omzet behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. welke omzet in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
1°. welke omzet behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. welke omzet in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
b. verkoopdocumenten, waaruit volgt dat het vissersvaartuig voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, voor zover de logboek gegevens onvoldoende informatie bevatten over de hoeveelheid aangelande vis van een vissersvaartuig in 2019.